Jager, kapitein en burgemeester Connor

Wat dit deel van de serie zo speciaal maakt, is dat je Connor vanaf zijn geboorte onder controle krijgt. Zo begin je zijn verhaal in een indianendorp, waar je samen met je vrienden op jacht gaat. Dit is al gelijk één van de nieuwe mogelijkheden in het spel. Door heel de Frontier, één van de vier speelbare gebieden, lopen dieren, sommige gevaarlijk, andere juist schuw. Bij de schuwe dieren is het de bedoeling om al sluipend door de bosjes dichterbij te komen. Ben je eenmaal dichtbij genoeg, dan kan je je boog tevoorschijn halen en vanuit de bosjes een fatale pijl afschieten. Bij kleinere dieren is het juist weer de bedoeling om een val te zetten, waarna je even geduld moet hebben voordat je je vangst binnen kan halen. De wat agressievere dieren zullen je willekeurig aanvallen en door middel van quicktime events moet je deze vleeseters overmeesteren. Nadat je een dier hebt vermoord, kan je net zoals bij Red Dead Redemption de huid stropen en verkopen aan de dichtstbijzijnde handelaar. Jagen is dus één van de manieren om wat extra geld in je zak te krijgen.


Nadat je samen met je vrienden hebt leren jagen, mag je voor het eerst in de serie in bomen klimmen. Ook rotsen en steile hellingen zijn nu beklimbaar, wat er voor zorgt dat je de omgeving net wat meer onder controle hebt. Ook tijdens het jagen kan je een aanval vanuit de bomen uitvoeren, zodat je prooi al het loodje heeft gelegd voordat hij weet wat hem overkomen is. Hoewel deze nieuwe klimstijlen erg leuk zijn, vertonen ze wel veel glitches zoals verkeerde plaatsing van handen en voeten, of zelfs zwevende takken.

Nadat Connor wat ouder en wijzer is geworden, laat hij een oud en vervallen schip opknappen dat de naam Aquilla meekrijgt. Nadat je de kanonnen voor dit schip hebt opgehaald kan de oorlog tussen Engeland en Amerika losbarsten. Connor heeft namelijk een eigen dorp, dat handel wil drijven met andere landen. Het enige probleem is dat Engeland deze handelsroutes bewaakt, dus Kapitein Connor moet er voor zorgen dat deze routes weer begaanbaar worden. De zeegevechten deden me sterk herinneren aan de vele zeiltochten die ik in de eerste Pirates of thé Carabbean-game heb gespeeld, die overigens ook door Ubisoft gemaakt was.


De zeegevechten op zichzelf zijn erg simpel opgezet. Om te beginnen moet je constant op de wind letten, deze kan namelijk vanuit alle hoeken komen en kan ervoor zorgen dat je schip ineens sterk naar een bepaalde kant neigt te gaan. Ook tegen de wind in varen is niet slim, want dan zal je alleen maar snelheid verliezen. Voor de gevechten zelf heb je twee soorten geschut tot je beschikking: het normale geschut en het precisiekanon. Met het precisiekanon kan je kleine schepen in één klap uitschakelen. Voor de grote schepen heb je het echte geschut nodig, de kanonnen. Het leuke is dat je tijdens een storm moet uitkijken wanneer je schiet. Door de hoge golven is er ook een hoogteverschil tussen de boten onderling, schiet je dus te vroeg, dan kan het zijn dat de kogels over je vijand heen vliegen of juist in de golven verdwijnen. Nadat je een zeemissie hebt voltooid, heb je weer een deel van een handelsroute veilig gemaakt. Het zijn korte, maar erg verslavende gevechten en juist het steeds wisselende weer maakt het zo intens. In totaal kan je rond de twee à drie uur op zee dobberen voordat je alle handelsroutes hebt vrijgespeeld.


Ik liet het net al even vallen, Connor heeft zijn eigen dorp. Nadat je voor het eerst je Assassin’s-outfit hebt aangetrokken, zal je onderweg mensen tegenkomen die je hulp nodig hebben. In ruil voor deze hulp vraagt Connor of ze hem wil helpen bij zijn landhuis. Deze mensen produceren dan bepaalde spullen zoals hout en graan, waarmee je dan weer producten kan maken zoals houten tonnen. Via de vrijgespeelde handelsroutes kan je deze producten dan weer verkopen. Omdat Ubisoft dit trucje al eens eerder in deel twee had gedaan, voelde ik er weinig voor om weer een dorp vanaf de grond af aan op te bouwen. Gelukkig zijn er nog genoeg andere dingen te doen.