Tableau en het belang van een goede community

Abonneer je gratis op Techzine!

In je vrije tijd spelen met de software van het werk? Deelnemers aan #MakeoverMonday doen het graag. Het zijn gebruikers van Tableau-software, in hun eigen community ‘rock stars’ genaamd. Ervaren ambassadeurs staan bekend als Zen Masters. Gebruikers refereren aan elkaar als ‘de datafamilie’ (#datafam). Wat maakt de Tableau-community tot wat ze is? En in hoeverre heeft softwaremaker Tableau daar zelf controle over?

Tableau Conference 2019 in Las Vegas, woensdagavond. Een auditorium in een congrescentrum, de tienduizend stoelen bijna allemaal gevuld. Iedereen in het publiek zwaait met een lichtgevende staaf en joelt voor drie mensen op het podium. Gekleed in T-shirt en spijkerbroek, werken zij op laptops aan statafels. Twee presentatoren in gala geven voor de zaal commentaar op het klikken en slepen, alsof het een sportwedstrijd is. Het publiek volgt luidruchtig de voortgang op grote schermen. Gejuich, gejoel, de eindtijd nadert, applaus, een winnaar, het dak gaat eraf. Welkom bij bij Iron Viz, waar spelen met enterprise software verheven is tot groepsactiviteit.

Groepsgevoel

Niets ten nadele van ’s wereld meest gebruikte kantoorautomatisering, maar wie is ooit openlijk bejubeld voor het ‘live’ maken van een spreadsheets of formatteren van een alinea? Het overkwam Mark Nelson in ieder geval nog nooit in zijn lange IT-carrière, zelfs niet toen hij voor Oracle werkte. Nu werkt hij aan Product Development bij Tableau, maker van BI-software. “Vorig jaar woonde ik voor het eerst een Iron Viz bij en ik wist niet wat me gebeurde. Tienduizend mensen die zich gedroegen alsof ze bij een rockconcert waren; dat is mij met middleware nog nooit gebeurd.” De avond in Las Vegas was het slotakkoord van een jaar met voorrondes in de VS. Tableau Europa heeft ieder jaar een soortgelijk eigen feestje. Nelson zegt: “Iedereen in het publiek is gebruiker van onze software, maar het is het gevoel van bij een community horen dat hen zo enthousiast maakt. Dit zijn mensen die klappen voor dynamische parameters!”

Mark Jewett is VP Marketing bij Tableau en hij zegt dat de community van twintig miljoen gebruikers geboren is vanuit het product, maar dat het redelijk vanzelf is gegaan. “Mensen hielden van data en zij hielden ervan om Tableau te gebruiken en dat wilden ze delen met anderen. Dat is ontaard in een enorm vrijgevige gemeenschap van mensen die anderen willen helpen.” Dat klinkt te mooi om waar te zijn, toch? “Ik daag je uit om nu naar het congrescentrum te gaan en 18.000 interviews te houden met de aanwezigen tot je het tegendeel hoort.” Die gelegenheid was er gelukkig niet, maar “vanzelf” lijkt een te eenvoudige reden voor het vertoon op woensdagavond. Jewett licht toe: “Wat onze software fundamenteel anders deed dan anderen, was om complexe zaken eenvoudig te maken. Die gebruiksvriendelijkheid maakte ‘advanced analytics’ toegankelijk voor een veel groter publiek. Vraag mensen op dit congres naar de eerste keer dat zij Tableau gebruikten en ze kunnen je dat nog vertellen. Iedereen heeft een Tableau-verhaal en de community is daaromheen gegroeid.”

Rockstars en Zen Masters

In hoeverre heeft Tableau de regie hierover? “Wij voelen ons onderdeel van die gemeenschap,” zegt Jewett. “We zijn eerder een lid dan een leider. Wij leveren de infrastructuur, zoals forums waar mensen vragen kunnen stellen aan 15.000 andere gebruikers. We leiden gebruikers op tot ambassadeurs die op hun beurt weer mensen coachen en we zetten gebruikersgroepen op. Maar de community floreert dankzij de passie van de ambassadeurs, de groepsleiders en de mensen die bereid zijn vragen van anderen te beantwoorden.” Het doet allemaal erg denken aan de zelfbenoemde Mac-cult van de jaren negentig, toen mensen zich fans noemden in plaats van gebruikers en evangelisten in plaats van ambassadeurs. Taalgebruik is behoorlijk belangrijk voor het gemeenschapsgevoel, geeft Jewett toe. “Het is belangrijk om benaderbaar, leuk en opvallend te zijn, maar taalgebruik creëert ook een bepaald gevoel bij de interactie die mensen met ons hebben en ons product. Het hoort bij de hele beleving. Veel van onze gebruikers zijn geen techneuten en we moeten ook voor hen toegankelijk zijn.  Dat hoort ook bij een datacultuur: als je wilt dat iedereen goed met data kan werken, dan is het belangrijk dat jouw data toegankelijk zijn voor al jouw werknemers. Een van onze klanten heeft vijf gebruikersniveaus, vrij naar Star Wars. Zij gaan van Jedi Padawan tot en met Grand Master. Maak het leuk!”

Ambassadeur Nederland

Jim de Clercq werkt als senior analist en is daarnaast ambassadeur van de Tableau User Group Nederland (NLTUG). Hij werkt bijna zes jaar met de software. In 2014 woonde hij met een collega een Tableau Conference bij in Londen. “Ik realiseerde me daar hoe groot de community is en dat mensen graag praten over de dingen die ze maken en die informatie ook willen delen.” Nederland had toen geen actieve gebruikersgroep. “Tableau bracht mij in contact met een ander persoon, die ook interesse had getoond om de groep weer leven in te blazen. Je kunt wel zeggen dat ik gelijk voor hun karretje ben gespannen!” Op de eerste bijeenkomst in Eindhoven in 2015 kwamen zeventig mensen af. “Er was duidelijk een behoefte,” stelt De Clercq. Nu houdt NLTUG ieder kwartaal een bijeenkomst, waarin sprekers twee uur lang hun ervaring en kennis delen, daarna is er tijd om te netwerken. NLTUG krijgt een klein budget van Tableau, maar dat is niet voldoende voor het betalen van sprekers of ruimtes, dus dat regelen de gebruikers zelf.

Samen delen

Hoe verklaart De Clercq het enthousiasme van de community? “Tableau heeft altijd sterk ingezet op de individuele gebruiker,” zegt hij. “Ze lokken mensen met leuke features, die niet altijd even realistisch zijn om te gebruiken als enterprise software. Ze wilden de software aantrekkelijk maken voor de indivdiuele gebruiker en dat is gelukt. Ik merk wel dat het bedrijf nu een andere fase ingaat, met meer tools voor governance en controle, meer aandacht voor de backend.” Tableau lost niet alle dataproblemen op, zegt De Clercq. “Daar is de software ook niet voor ontworpen, het is bedoeld om datavisualisaties te maken.” En daar mogen de gebruikers graag over praten met elkaar. “Niemand is aan het concurreren met anderen op hun Tableau-skills. Ja, iedereen gebruikt het voor werk, maar we kunnen dashboards en andere visualisaties laten zien zonder dat we bedrijsgeheimen delen. Bijna iedereen is bereid hun kennis te delen.”

Dat zegt ook Simon Beaumont, die sinds vijf jaar in dienst is bij vastgoedbedrijf Jones Lang LaSalle (JLL) in Londen. “Daarvoor werkte ik met data bij de National Health Service, wat een solitaire bezigheid was. Ik speelde in mijn eigen wereldje. Via de salesmanager van Tableau kwam ik in aanraking met andere klanten. Zij wezen mij op de gebruikersgroep in mijn woonplaats en via hen belandde ik op Twitter, waar een groot deel van de community leeft. Als ik advies nodig heb, stuur ik een tweet en binnen een minuut heb ik vijf of zes antwoorden. En een dag later nog vijftig!” Beaumont woont iedere maand een bijeenkomst bij van de gebruikersgroep, die in Londen zo’n 150 actieve leden telt. “Wat mij opvalt is dat iedereen zijn ideeën deelt. Iedereen leert van elkaar. Makeover Monday is het perfecte voorbeeld  van die mentaliteit. Iedere week is er een andere dataset beschikbaar en de community probeert daar dan de mooiste of beste visualisaties van te maken. Voor de lol.  Als je mij vijf jaar geleden had verteld dat ik bij een internationaal bedrijf zou werken en lid was van een dito gemeenschap, dan had ik je niet geloofd. Van de community krijg ik overigens ook mijn beste ideeën, gewoon door naar anderen te luisteren.” Dat doet Tableau zelf ook, meent De Clercq. “Binnen het bedrijf zijn verschillende teams actief die luisteren naar wat de community wil. Onze ideeën zien we terug in nieuwe features en mogelijkheden. Dat geeft ons het gevoel dat er naar ons wordt geluisterd. Zo was er dit jaar op de conference voor het eerst de mogelijkheid tot het maken van ‘brain dates’, mini-bijeenkomsten op basis van gedeelde interesses. Iedereen kon heel makkelijk zijn eigen sessies plannen. Ik hoop dat dit blijft. Hoe moet je anders tussen 18.000 deelnemers die vijf mensen vinden die hetzelfde leuk vinden als jij?”

Tot slot nog twee zaken die opvielen tijdens het congres in Las Vegas, wat betreft de community. Een was de enorme ruimte die was inricht voor die community, mensen konden elkaar daar ontmoeten en beter leren kennen. En het tweede was de grote nadruk op inclusiviteit. In The Tableau Tapestry konden deelnemers een draad weven van punt naar punt waarmee zij zich identificeren. Zo ontstond heel snel een visualisatie van de bezoekers die dag, maar ook een beeld van verbondenheid. Iedereen was ‘data people’ en de datapunten hoogopgeleid, vrouw en millenial waren drukbezocht, maar er was ook ruimte voor een scala een etniciteiten, geloofsovertuigingen, seksuele geaardheden en voorkeuren. Stikkers waren beschikbaar met de aanspreektitels him/his, his/her, they/them. Die nadrukkelijke insluiting van verschillen is in softwareland nog een uitzondering en wellicht een tip voor wie zijn community wil uitbreiden.