DataCore is de afgelopen jaren flink gegroeid met verschillende storageoplossingen voor block, object, file en container. Dit vaak via overnames, waarbij er goede gespecialiseerde tools gekocht werden. Dat leidde echter ook tot een silobenadering in het Software-Defined Storage (SDS)-verhaal. Met de nieuwe unified control plane, ook wel het Data Freedom Platform, moet alles beter op elkaar worden afgestemd. We spraken erover met VP of Products Said Boukhizou tijdens de recente DataCore Days.
Als je het huidige aanbod van DataCore onder de loep neemt, dan zijn er grofweg vijf belangrijke puntoplossingen. Het gaat dan om het klassieke SANsymphony-aanbod van het bedrijf voor block storage in grootschalige enterprise-omgevingen, dat later een block storage-aanvulling kreeg met StarWind voor compacte locaties als de edge en het mkb. Met Swarm voor grootschalige, on-prem S3-compatibele object storage, Nexus file storage voor HPC en AI-workloads en Puls8 container storage voor stateful applicaties binnen Kubernetes wordt dat aanbod gecomplementeerd.
Die producten werken op zichzelf goed, maar functioneren grotendeels los van elkaar. Door de losse eilandjes hadden gebruikers te maken met eigen beheerconsoles. Als DataCore-gebruikers één oplossing hebben, is dat geen probleem. Maar door de expansie van het aanbod komt het steeds vaker voor dat er meer dan één puntoplossing gebruikt wordt. In dat geval kan de silo-architectuur een obstakel vormen. Gebruikers gingen dan zelf eigen control planes bouwen met API’s en scripts. Dat werk neemt DataCore nu over. De open API’s blijven wel beschikbaar voor organisaties die toch eigen workflows willen ontwikkelen.
Volgens Boukhizou was het plan vanaf de eerste overname, die in 2021 plaatsvond met de expansie naar object storage, al om beheer, monitoring en troubleshooting in één control plane onder te brengen. Dat alleen is volgens hem niet genoeg: de producten moeten ook echt samenwerken. Een voorbeeld: SANsymphony of StarWind levert block storage voor VM’s die hoge beschikbaarheid nodig hebben. Swarm zorgt ondertussen voor archivering en langdurige opslag met immutability. Het platform koppelt die twee werelden aan elkaar via workflows.

Vrijheid in hardware en hypervisor
SDS blijft voor iedere puntoplossing uiteraard de basis. Hiermee wordt de functionaliteit naar software gehaald, waardoor het minder relevant wordt welke hardware men gebruikt. Dit is handig wanneer er meerdere storageproducten gebruikt worden voor één van de vier gebieden (block, object, file of container). Je kan met SDS voor ieder deelgebied taken rond uptime & resilience, backup & archive, compliance, data management en visibility & insights centraal regelen. En met het Data Freedom Platform is er die extra stap om de taken te uniformeren en de data de vrijheid te geven om waar dan ook te landen.
Boukhizou ziet dat bedrijven ook vandaag de dag, of misschien wel juist vandaag de dag, zelf hun hardwareleverancier blijven kiezen. Dat is in tijden van tekorten geen detail. Als een klant zijn Dell-server niet op tijd geleverd krijgt, dan koopt hij bij HPE of Lenovo. DataCore laat klanten die hardware door elkaar gebruiken, waardoor projecten niet hoeven te wachten. Voor hypervisors geldt hetzelfde. Wie VMware wil blijven gebruiken en het kan betalen, gaat gewoon door. Wie wil overstappen naar Proxmox, Hyper-V, KVM of Xen, kan dat ook. Het platform zorgt dat de storage met elk van die omgevingen samenwerkt.
De tekorten maken ook een oude techniek weer actueel. Data tiering is terug, zegt Boukhizou, omdat NVMe-schijven soms simpelweg niet te krijgen zijn. Een klant die moet uitbreiden, kan dan SAS-schijven toevoegen. De software regelt vervolgens de verdeling van data en snapshots over de verschillende lagen.
Block en object blijven de kern
DataCore draait vooral op twee pijlers, en die zullen dan ook nauw geïntegreerd zijn binnen het Data Freedom Platform. De eerste is block storage met SANsymphony en StarWind, aangevuld met immutable snapshots, immutable CDP en data tiering. “Veel mensen denken dat block dood is. Maar block is er nog steeds, en het verdwijnt niet binnen afzienbare tijd”, aldus Boukhizou.
De tweede pijler is object storage met Swarm. Daarbij draait het in de eerste plaats om immutability en daarna om compliance. Sommige klanten moeten ongestructureerde data tien, dertig of zelfs negentig jaar bewaren. Boukhizou noemt een fabrikant van vliegtuigonderdelen. Wie een schroef voor Airbus ontwerpt, moet de diagrammen en specificaties daarvan negentig jaar kunnen overleggen.
Ook ziekenhuizen zijn een belangrijke doelgroep. Medische beelden uit PACS-systemen moeten in Frankrijk dertig jaar bewaard blijven. Die beelden op tier 1-storage houden is te duur, dus verhuizen ze naar een S3-bucket. Komt een patiënt terug, dan haalt de arts het beeld en de bijbehorende PDF gewoon op vanuit zijn applicatie.
Van fleet management naar agentic AI
Oorspronkelijk zou het platform veel bescheidener worden, schetst Boukhizou. In de eerste fase stonden alleen fleet management en monitoring op het programma. Er zijn namelijk klanten met tweehonderd locaties of retailers met vierhonderd supermarkten. Voor zulke verspreide omgevingen is centraal beheer nodig.
Maar AI gooide de planning om. Volgens Boukhizou kostte de ontwikkeling van het platform zes maanden, terwijl daar zonder AI een jaar voor gepland stond. “Het is de eerste keer dat ik zo’n revolutie in snelheid meemaak”, zegt hij. Hij werkt sinds 1997 in de IT. Niet alleen engineers gebruiken AI, ook de productmanagers en het QA-team. Halfjaarlijkse planningen met story points zijn vervangen door een bijna wekelijkse planning. DataCore brengt niet elke week een release uit, maar levert volgens Boukhizou wel minstens vijftig keer zoveel nieuwe features. Het proces: een feature beschrijven, AI als coding agent en QA inzetten en mensen de controles en de laatste kwaliteitscheck laten doen.
Die versnelling leverde iets op wat niet gepland was: agentic operations management in het platform zelf. Beheerders kunnen via Teams, WhatsApp, Telegram of een andere chattool met hun systemen praten. Tijdens de demo vroeg een medewerker hoe een Swarm-cluster in Parijs ervoor stond. Het systeem gaf de configuratie en de actuele status terug. Ook meldde het dat een gateway in een lab in Bangalore voor 97 procent vrij was. Daarnaast tekende de AI live een diagram van de Swarm-clusters, gateways en SANsymphony-omgeving. Onder de motorkap gebruikt DataCore MCP en skills.
Gefaseerde uitrol per product
Niet alle producten zijn al aangesloten. Op dit moment werkt de agentic laag voor SANsymphony, Swarm en Puls8 in een previewfase voor een geselecteerde groep klanten. De algemene beschikbaarheid moet begin volgend jaar volgen. StarWind en Nexus worden waarschijnlijk in de zomer van volgend jaar toegevoegd.
Boukhizou geeft aan dat er vanuit klanten ook echt behoefte is aan uniformering. Hoewel er geen klanten zijn die alle DataCore-puntoplossingen gebruiken, zijn er inmiddels meerdere bedrijven met drie producten. Dan kan je denken aan de combinaties StarWind, SANsymphony en Swarm of SANsymphony, Puls8 en StarWind. De combinatie van block, object en containers komt het vaakst voor. Volgens Boukhizou is er vooral vraag bij organisaties met veel locaties, zoals fabrieken, retailers en zorgorganisaties met veel klinieken.
Uiteindelijk blijft keuzevrijheid centraal staan bij de verschillende DataCore-tools, maar wordt met het Data Freedom Platform straks alles wel een stuk makkelijker. Eén control plane voor uptime & resilience, backup & archive, compliance, data management en visibility & insights. Het moet het werk van de DataCore-partner en -gebruiker aangenamer maken.
Tip: DataCore zet vrijheid, bescherming en langdurig data bewaren centraal