De meeste mensen die een printer kopen kijken ook naar het aantal pagina’s dat met één cartridge geprint kan worden. Cartrides zijn tenslotte niet heel goedkoop. Printerfabrikanten geven vaak zelf een indicatie hoeveel pagina’s er met een cartridge geprint kan worden, maar daarbij houden ze een eigen testmethode aan. Een nieuwe standaard moet daar echter een einde aan maken.

Een groep van grote printerfabrikanten, waaronder Kodak, Canon and Hewlett-Packard, Dell, Epson, IBM, Lexmark, Okidata, Pitney Bowes, QualityLogic, Ricoh, Spencer Lab en Xerox hebben afgelopen week laten weten dat ze een nieuwe ISO standaard willen ondersteunen. De ISO/IEC 24711:2006 standaard bepaalt dat er bij een test negen van dezelfde cartridges getest moeten worden, dat er vijf pagina’s met standaard printerinstellingen geprint moeten worden en met welke machine de cartridge getest moet worden.

De aankondiging van de grote bedrijven komt op het moment dat Kodak een eigen lijn van inkjetprinters introduceert. Het bedrijf claimt dat haar cartridges 50 procent goedkoper zijn dan die van de concurrentie, maar critici vinden dat die claim pas goed beoordeeld kan worden als Kodak vertelt hoeveel inkt er in de cartridges zit en wat het verbruik van de printers is.

Experts denken echter dat consumenten niet naar het verbruik van cartridges kijken en dat een ISO standaard dan ook niet zal opvallen bij consumenten. De stap is volgens de experts echter wel goed voor de printerindustrie, die nu op basis van deze standaard eerlijke concurrentie kunnen voeren.

De standaard zal echter niet alle discussies tussen de fabrikanten wegnemen zo is de verwachting. Zo bestaat er nogal een verschil in opvatting over de printsnelheid en de duurzaamheid van de geprinte pagina’s. De standaard hanteert de snelheid bij een draft, dus een proefprint. Volgens Kodak gebruiken de meeste mensen deze functie echter niet en is de standaard dus niet representatief. Voorlopig zal het dus nog wel onduidelijk blijven wat de daadwerkelijke kosten per pagina zijn.