De komst van het internet zou grenzen doen vervagen. Voor een groot deel van de bevolking van China is dit echter niet het geval. Na veel kritiek op het overheidsbeleid bij de toegankelijkheid van bepaalde internetsites in China, lijkt nu een begin gemaakt van het deels opheffen van deze internetcensuur, in sommige gebieden althans.

Voor het gebied rondom Shanghai, een vrije handelszone, is besloten de blokkade van bepaalde sites waarop bepaalde politiek gevoelige inhoud kan worden geplaatst, op te heffen. Het gaat hier om sites als Facebook, Twitter en de New York Times. Vanaf 2009 werden deze sites geblokkeerd door de Chinese overheid. Dergelijke sites speelden een dominante rol in politieke opstanden in het Midden-Oosten de afgelopen jaren.

Het nieuws dat de ban deels opgeheven zou worden, is naar verluidt doorgespeeld door politiek interne betrokkenen naar de South China Morning Post. Naast het deels meer vrijheid bieden op het internet, zou de Chinese overheid ook buitenlandse telecombedrijven willen aanmoedigen zich in de vrije handelszone te vestigen, ter bevordering van het aanbod van internet.

Momenteel zijn de grootste telecombedrijven die in China opereren van Chinese komaf en in handen van de overheid zelf. Volgens de berichten is er vanuit deze telecombedrijven dan ook geen protest gekomen, na het aankondigen van het openstaan voor buitenlandse telecombedrijven in de vrije handelszone.

Een reden die wordt genoemd voor het deels opheffen van de internetblokkade, is dat de Chinese overheid de buitenlandse werknemers die in de vrije handelszone wonen en werkzaam zijn, zich meer thuis moeten gaan voelen. Het toegankelijk maken van sites zoals Facebook en Twitter zou dit mogelijk maken. De vraag die rest is of en wanneer in de rest van China ook meer internetvrijheid zal komen.