Zaak rond megaboete Intel moet overnieuw

Abonneer je gratis op Techzine!

Al jarenlang vindt er getouwtrek plaats rond de megaboete die Intel opgelegd kreeg voor overtreding van de Europese mededingingsregels. In een nieuwe tegenvaller heeft het Europese Hof van Justitie nu besloten dat het hoger beroep van Intel overnieuw moet. Het Europees Gerecht zou fouten hebben gemaakt bij de behandeling van het beroep.

Intel kreeg in 2009 van de Europese Commissie een boete van 1,06 miljard euro omdat het in strijd met de mededingingsregels van de Europese Unie zijn machtspositie op de markt van x86-processoren misbruikt zou hebben. Het bedrijf zou concurrent AMD van de markt uitgesloten hebben door bijvoorbeeld kortingen te geven aan de vier voornaamste computerfabrikanten van dat moment (Dell, Lenovo, HP en NEC), op voorwaarde dat ze bijna al hun x86-processoren bij Intel inkochten.

Nietigverklaring

Op basis van dat feit legde de Commissie Intel een geldboete op van 1,06 miljard euro. Vervolgens ging Intel in beroep, en verzocht het om ofwel een nietigverklaring van de beschikking, of een verlaging van de geldboete. In juni 2014 verklaarde het Europees Gerecht het beroep van Intel ongeldig.

Maar Intel kon zich daar niet in vinden: volgens de Amerikaanse technologiereus zou het Gerecht niet alle omstandigheden van de zaak meegewogen hebben bij zijn beslissing. Ook vond Intel dat er fouten tijdens de procedure gemaakt waren. Om die reden verzocht het dan ook om heropening van de zaak.

Het Europees Hof van Justitie kan zich deels vinden in de argumentatie van Intel. Het Gerecht heeft volgens het Hof verzuimd om de analyse van de Europese Commissie onder de loep te nemen. Die analyse is van groot belang in deze zaak, omdat daaruit blijkt dat de concurrenten van Intel benadeeld werden. Maar in die analyse zouden volgens Intel fouten zijn gemaakt en daar had het Gerecht beter naar moeten kijken. Vormfouten zijn er niet gemaakt volgens het Hof.

In het oordeel van het Hof (PDF) staat dat het arrest vernietigd wordt “wegens dat verzuim bij zijn analyse van de mogelijkheid van mededingingsbeperking door de litigieuze kortingen. Het Hof verwijst de zaak terug naar het Gerecht, zodat dit in het licht van de argumenten van Intel kan onderzoeken of de litigieuze kortingen de mededinging kunnen beperken.”