Ze zijn op, de ipv4-adressen op het Amerikaanse continent zijn niet meer te verkrijgen. De organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van ip-adressen in Amerika, ARIN, heeft nu alleen nog een kleine reserve waarmee het kleine aanvragen kan behandelen. Bedrijven die grote blokken nodig hebben moeten op de open markt ip-adressen kopen.

De ARIN heeft een nieuw beleid ingevoerd omdat de aanvraag voor adressen momenteel groter is dan de beschikbare voorraad. Bedrijven die grote hoeveelheden ipv4-adressen nodig hebben moet die overnemen van andere bedrijven. Kleine blokken kunnen nog wel worden verkregen bij ARIN, maar opnieuw tegen strengere eisen.

Het opraken van ipv4-adressen speelt nu al een jaar of tien en door goed beleid en strikte eisen is de deadline steeds opgeschoven. Feit is echter dat de adressen in Amerika nu op zijn. De stap die ARIN nu zet is in 2012 al in Europa genomen, sindsdien zijn er in Europa al geen grote blokken meer te krijgen. Alleen in Afrika zijn nog grote blokken beschikbaar.

De oplossing ligt bij de overstap naar ipv6-adressen. Deze adressen zijn in grote hoeveelheden beschikbaar, het probleem is alleen dat providers zeer traag zijn met het overstappen op ipv6. Dat begint de laatste jaren wel te versnellen, maar zolang niet iedereen is overgestapt op ipv6 wordt een deel van het internet dan onbereikbaar.

Bedrijven die grote hoeveelheden ipv4-adressen bezitten en deze over hebben worden ook opgeroepen deze terug te geven of in de verkoop te doen.