min

Tags in dit artikel

, ,

Een Amerikaanse federale rechter toonde begrip voor eventuele verplichte implementatie van Java binnen Windows. Dat bleek na het horen van de argumenten in een zaak die Sun Microsystems tegen de Microsoft had aangespannen. Sun beticht z’n software-aartsrivaal van machtsmisbruik. Rechter J. Frederick Motz hoorde dinsdag beide partijen tijdens de eerste zitting in het proces. Sun Microsystems stapte naar de rechter omdat Microsoft de Java-programmeertaal van het bedrijf niet langer ondersteunt in Windows XP. Microsoft denkt pas in 2004 het platform-onafhankelijke Java binnen Windows te kunnen implementeren.

Microsoft-advocaat David Tulchin wees er tijdens de zitting op dat het verplichte opnemen van Java in Windows XP reeds in de anti-monopoliezaak tussen Microsoft en negen Amerikaanse staten was afgewezen. Rechter Motz stelde hierop dat hij niet was gebonden aan de uitspraak van 1 november dit jaar: "Ik was verrast door de stelligheid waarmee rechter Kollar-Kotelly het voorstel heeft afgewezen." In 1997 beschuldigde Sun rivaal Microsoft al van het saboteren van Java door het uitbrengen van afwijkende, incompatibele versies. Microsoft moest buigen in 2001, het bedrijf betaalde Sun 20 miljoen dollar voor beperkt gebruik van de Java-technologie.

Volgens Sun is de .Net-strategie (waarbij gebruikers applicaties online kunnen draaien) onder meer bedoeld om Java eruit te werken. Door Java uit Windows te weren, worden mensen naar .Net gelokt. Op een vergelijkbare manier heeft Microsoft browser-concurrent Netscape destijds uit de markt gedrukt.