Ongeveer twee miljard legt Intel neer voor de overname van chipmaker Habana Labs. Het Israëlische bedrijf specialiseert zich in het maken van AI-chips die gebruikt kunnen worden om bepaalde processen te versnellen.

De overname van Habana Labs was een logisch gevolg van de verwachting die Intel eerder uitsprak. De gigant meent dat de markt rondom AI-chips over een paar jaar (2024) meer dan 25 miljard dollar beslaat.

Habana Labs zal nog onafhankelijk opereren, maar bevindingen wel doorgeven aan Intel. Ook het huidige management zal aanblijven.

Versnelling bij datacenters

Met de overname van Habana Labs hoopt Intel beter in te kunnen spelen op de vraag naar verbeterde AI-chips, om zo op bepaalde markten een beter product te kunnen aanbieden. Navin Shenoy, uitvoerend vicepresident van de data platforms van Intel:

“Door de overname zetten we stappen op het gebied van onze AI-strategie. Zodoende kunnen we klanten oplossingen bieden die binnen elke mogelijke vraag vallen. Vanuit het intelligente oogpunt, als datacentrum-perspectief. Daarnaast geeft Habana ons de turboboost waardoor we datacenters een reeks processoren kunnen voorschotelen die zeer goed presteren.”

Op het moment van overname heeft Habana twee silicons die gebruikt worden voor AI-doeleinden. De Gaudi AI Training Processor bevindt zich nog in de voorzichtige testfase (maar naar verwachting zal een systeem met de chip tot vier keer sneller zijn dan een systeem met traditionele GPU’s), terwijl de Goya AI Interference Processor wel commercieel te verkrijgen is.

Dat Intel door de overname een groter marktaandeel wil krijgen, komt niet als een verrassing. In de afgelopen jaren trok de gigant meerdere malen de portemonnee om soortgelijke bedrijven op te komen. In 2016 was het Movidius, dat zich specialiseerde in processor met een laag energieverbruik. Vorig jaar voegde het de startup Vertex.ai nog toe aan haar portfolio. Dit jaar kondigde Intel al de komst van de eigen eerste AI-chip aan.