Bull heeft de supercomputing-infrastructuur voor Airbus opgeleverd en officieel in gebruik gesteld. De multi-site HPC-omgeving, verdeeld over Toulouse en Hamburg, verdrievoudigt de simulatiecapaciteit van de Europese vliegtuigfabrikant. Het project loopt al enkele jaren en is nu volledig operationeel.
De eerste supercomputer ging in 2025 in Toulouse in gebruik, veertien maanden na het ondertekenen van het meerjarencontract. Dit jaar volgde Hamburg, waarmee het programma nu is afgerond. Airbus gebruikt de nieuwe HPC-omgeving voor het aerodynamisch ontwerp van de vliegtuigen, akoestische analyses en structurele stressberekeningen. Het zijn taken die cruciaal zijn voor zowel het verbeteren van bestaande vliegtuigen als het ontwerpen van de volgende generatie.
De vraag naar rekenkracht is volgens Airbus fors gestegen door de “snel veranderende” luchtvaartmarkt. Bull levert een volledige oplossing, van computersystemen tot opslag en datacenters, in een HPC-as-a-service-model.
Modulaire datacenters en slimme koeling
Bull bouwt de supercomputers al deels voor in zijn fabriek in het Franse Angers, waarna ze als modulaire eenheden op locatie worden geassembleerd. Deze aanpak verkort de installatietijd aanzienlijk. De systemen maken gebruik van Direct Liquid Cooling, een gepatenteerde technologie die de energiebehoefte verlaagt. De restwarmte van de systemen wordt bovendien hergebruikt om aangrenzende gebouwen te verwarmen.
Bull als Europese HPC-speler
Begin dit jaar keerde de merknaam Bull officieel terug na jaren als onderdeel van Atos en Eviden. Kort daarna kocht de Franse staat het bedrijf voor 404 miljoen euro. Dit was nodig geacht wegens strategische belangen die de voormalige divisie van Atos voorstelt, waaronder het leveren van de rekenkracht voor onderzoek rondom nucleaire wapens.
De definitie van soevereiniteit valt breder te trekken in de wetenschap van de relatie tussen Bull en Airbus. Laatstgenoemde is een van de belangrijkste bedrijven binnen Europa, een leverancier van zowel civiele als militaire vliegtuigen en een voorbeeld van een succesvolle joint venture tussen grote Europese landen.