Uit documenten van Edward Snowden, onderzocht door Der Spiegel, blijkt dat de Britse inlichtingendienst GCHQ een aantal manieren had om iPhone-gebruikers in de gaten te houden. De dienst kon niet op de smartphones zelf inbreken, maar slaagde er alsnog in om bestanden te onttrekken.

Wanneer een iPhone bijvoorbeeld op een computer werd aangesloten om te synchroniseren, was het voor de GCHQ mogelijk om bestanden uit te lezen. Ook Apple’s UDID-systeem voor identificatie van toestellen gaf GCHQ een inzicht in wat gebruikers met hun iPhone deden.

In principe was UDID voornamelijk bedoeld voor het tonen van gerichte advertenties, maar voor inlichtingendiensten was het dus ook een handig hulpmiddel omdat het gebruik van apps en websites inzichtelijk wordt gemaakt.

UDID-identificatie wordt inmiddels al zo’n 2 jaar niet meer gebruikt, omdat Apple dit soort problemen voorzag. De documenten dateren echter uit 2010 en laten zien dat al lang voor dat besluit dergelijk misbruik plaatsvond.