Wat is Epson PaperLab?

Zoals gezegd kun je met PaperLab papier recyclen en daar nieuw A3- A4-papier van maken, gewoon binnen de muren van je eigen bedrijf. Dat heeft als groot voordeel dat er veel minder papier besteld hoeft te worden en er dus minder transportkosten zijn. Dit betekent echter ook dat de belasting op het milieu lager is, omdat er minder vaak af en aan gereden hoeft te worden met papier. Daarnaast hergebruik je het papier natuurlijk weer als nieuw printpapier. Let wel, zoals bij nagenoeg ieder recycling proces het geval is, kan ook PaperLab geen 100 procent gerecycled papier maken. Dat wil zeggen, je zal af en toe ook op nieuwe vellen af moeten drukken met je printers en multifunctionals en die vervolgens recyclen. Dit heeft te maken met het feit dat de vezels van het papier tijdens het proces volledig worden vernietigd, wat zorgt voor minder sterk papier. Door er zo’n 20 procent ‘nieuw’ papier doorheen te mengen, is het resultaat wel goed.

Een bijkomend voordeel voor bedrijven die veel met gevoelige data werken, is dat het proces waarmee PaperLab het papier ‘kapotmaakt’ ervoor zorgt dat er een soort katoen overblijft. Dit lijkt in niets op wat je bijvoorbeeld uit een papierversnipperaar ziet komen. Daar kun je bijvoorbeeld nog afzonderlijke letters op herkennen. Heb je heel veel geduld, dan zou je van een zak met versnipperd papier uit een versnipperaar het origineel bij elkaar kunnen zoeken. Als PaperLab het papier onderhanden heeft heeft genomen, is er echt helemaal niets meer te zien van wat het ooit geweest is. Sterker nog, je herkent het waarschijnlijk niet eens meer als papier.

Het gebruikte papier gaat er aan de ene kant in…

…waarna het eerste velletje nieuw papier er na drie minuten uitkomt.

Epson heeft alle technologie die nodig is om PaperLab te maken, zelf ontwikkeld. Het is echter niet eenvoudig om inzicht te krijgen in hoe het proces exact in zijn werk gaat. Men doet daar heel geheimzinnig over, iets wat we overigens goed kunnen begrijpen gezien het feit dat de ontwikkeling ervan nog niet helemaal afgerond is. Ook al wil men niet al te veel in details treden over de werking van PaperLab, er valt zelfs zonder die details wel degelijk het een en ander te melden. Zo is het een relatief snel proces. Tussen het moment dat je op de startknop drukt en er papier in de machine gaat tot het moment dat het eerste ‘nieuwe’ velletje papier er aan de andere kant uitkomt, zit slechts drie minuten. Er kunnen per minuut 14 nieuwe velletjes A4-papier worden geproduceerd. Het proces dat wordt gebruikt door PaperLab bestaat globaal uit drie onderdelen: vervezelen, binden en vormen. Dit wordt door Epson gezamenlijk als Dry Figer Technology aangeduid. Het vervezelen zorgt voor het katoenachtige materiaal waar we het hierboven over hadden. Hierbij wordt ook zo goed als alle inkt of toner gescheiden van het papier. Opvallend is tevens dat dit gebeurt zonder dat er een noemenswaardige hoeveelheid water bij komt kijken. Ons is verteld dat er alleen na het vervezelen een heel klein beetje water wordt gebruikt, om opgebouwde statische lading te neutraliseren. Het vervezelen is namelijk een mechanisch proces waarbij twee onderdelen tegen en over elkaar heen bewegen, wat voor wrijving en dus een statische lading zorgt.

Links wat er over is van papier nadat PaperLab het vervezeld heeft, links het resultaat van een gewoon versnipperproces.

Na het vervezelen worden er bindmiddelen toegevoegd om er weer een geheel van te maken. De algemene term voor dit goedje is Paper Plus. Hiermee kunnen onder andere stevigheid van het materiaal en de kleur ervan worden bepaald. In PaperLab zitten de kleuren die we kennen uit printers zelf, waarmee dus allerlei kleuren gemaakt kunnen worden. Gek genoeg is helemaal wit vooralsnog niet mogelijk; heel lichtgrijs is het maximaal haalbare. Hierbij is het overigens ook nog afhankelijk of het origineel uit een laserprinter of een inkjetprinter afkomstig is. Papier uit een laserprinter levert in de regel een iets lichter gerecycled velletje op dan papier uit een inkjetprinter. Dat is op zich logisch, omdat inkt meer in de vezels van het papier trekt dan toner. De laatste stap is het vormen. Je hebt niet alleen de keuze uit A4 of A3, maar kunt dichtheid, dikte en formaat zelf instellen. Je kunt er dus ook wat dikker papier voor visitekaartjes mee maken. Veel Japanse medewerkers van Epson hadden dan ook visitekaartjes van papier uit PaperLab.

Het bronmateriaal bepaalt voor een deel de kleur van het eindproduct: links gerecyclede afdrukken uit laserprinters, rechts uit inkjetprinters.

Kijken we naar het afval dat wordt geproduceerd, dan is dat volgens woordvoerders van Epson erg weinig. De inkt en toner die van het ingevoerde papier is gekomen, wordt naar verluidt netjes opgevangen, waarna je het kunt afvoeren. Over het stroomverbruik van dit apparaat doet men bij Epson geen uitspraken, maar dat zal niet mals zijn. Datzelfde geldt voor de kosten die zijn verbonden aan een product zoals dit. Officieel doet Epson geen uitspraken over wat je kwijt bent voor PaperLab, maar in de wandelgangen hoorden we een bedrag van 200.000 euro. Daarmee is het in eerste instantie sowieso alleen maar geschikt (en waarschijnlijk ook bedoeld) voor zeer grote ondernemingen. PaperLab is eind vorig jaar al uitgebracht in Japan. Europa is in het najaar van 2018 aan de beurt. Hieruit blijkt dat het niet zo eenvoudig is om het product geschikt te maken voor een andere regio. Het is allereerst allemaal splinternieuwe technologie, een kleine afwijking in bijvoorbeeld het ingevoerde papier kan grote gevolgen hebben. Aangezien men in Japan standaard papier gebruikt dat anders in elkaar zit dan het papier in Europa, duurt het dus nog even vooraleer PaperLab echt klaar is voor de Europese markt. Hieronder zie je een video van Epson waarin de technologie wordt uitgelegd: