Huawei vindt dat gemeenten eigenaar van alle openbare data en algoritmes moeten blijven

Stay tuned, abonneer!

Veel gemeenten in ons land omarmen het smart city concept en zijn druk bezig met het verzamelen van grote hoeveelheden data. Techgigant Huawei heeft zich wereldwijd ontwikkeld tot een expert op het gebied van Intelligent Operations Centers (IOC). Deze intelligente dashboards functioneren als de ‘hersenen’ van een slimme stad en geven de mogelijkheden weer die in een stad verborgen zijn. De techgigant heeft een duidelijke visie over de functie van IOC’s, het gebruik en ownership van data.

Door de data – die vaak door verschillende partijen wordt verzameld – samen te voegen, kunnen processen in een stad worden geoptimaliseerd waardoor steden duurzamer en inclusiever worden. Zo kan, bijvoorbeeld, door het samenvoegen van luchtkwaliteit- en verkeersmetingen de snelheid en intensiteit van het verkeer beter worden geregeld om de kwaliteit van de lucht in een specifieke regio te verbeteren.

Een IOC brengt dus eerst relevante data uit afzonderlijke bronnen samen. Denk hierbij aan data van afzonderlijke gemeentelijke afdelingen, allerlei IoT-omgevingen of sociale media. Bovenop dit centrale platform kunnen vervolgens verschillende slimme oplossingen worden ontwikkeld, zoals dedicated applicaties, die vervolgens aan de stakeholders worden aangeboden of voor hen worden ingezet.

Platform moet kunnen voorspellen

Volgens Smart Cities architect Pedro Garibi van Huawei is het zeer belangrijk dat dit platform niet alleen dient om alleen de data te verzamelen voor een zo realtime mogelijk inzicht, maar ook antwoord moet geven op vragen over wat er zou kunnen gebeuren, waar zou moeten worden opgetreden en wat er echt gáát gebeuren.

Vandaar dat aan alle verzamelde data natuurlijk ook kunstmatige intelligentie, machine learning, en big data analytics worden toegevoegd. Gemeenten kunnen de data nog verder optimaliseren. Op deze manier kunnen gemeenten met een IOC de hele omgeving slim monitoren, aansturen en uiteindelijk ook anticiperen. Zo kan het de beste oplossingen en diensten aan zijn burgers aanbieden. Huawei maakt dus de grote datalaag mogelijk, waarmee alle andere stakeholders en partijen weer de slimme toepassingen kunnen ontwikkelen en inzetten.

Huawei geeft, gezien alle recente ophef, nog expliciet aan dat het zelf de data of de daarbij behorende database die via een IOC wordt bijeengebracht niet in kan zien. Ook doet het niets met de integratie van deze data in de daarvoor bestemde toepassingen. Het levert dus alleen het cloudgebaseerde platform voor het verzamelen van de data en verrijkt deze met analytics en kunstmatige intelligentie. Niets meer, niets minder.

Basisvoorwaarden voor een goed smart city-concept

Al deze technologie is natuurlijk mooi en er is veel mee mogelijk, maar het nut voor de burgers, de stakeholders, moet voorop blijven staan. Data moet echt worden gebruikt in de vorm van diensten voor de burgers. Zo worden smart cities ‘inclusief’. Iedereen moet er dus van kunnen profiteren.

Deze inclusiviteit is een absolute randvoorwaarde, laat CIO Smart Cities van Richard Budel van de techgigant aan Techzine weten. Volgens hem is het zeer belangrijk dat gemeenten hun inwoners -en natuurlijk ook alle andere stakeholders- goed kennen. Daarnaast moeten ze ook heel goed weten welke diensten deze stakeholders precies van de gemeente verwachten. Gemeenten moeten tevens weten over welke data en informatie zij al op een of andere manier beschikken en welke data zij nog nodig hebben.

Ownership van data van levensbelang

Maar daar blijft het niet bij. Wat volgens Budel eigenlijk het meest belangrijk is bij het uitrollen van smart city-concepten, is dat gemeenten bereid zijn om het ‘ownership’ van deze data op zich te nemen.

Vaak zie je nu dat bij concepten als de ‘gig economy’ en burgerparticipatie veel door de gemeente gecreëerde data worden gebruikt. Allemaal mooi en aardig, maar het zijn niet de gemeenten en hun burgers die er uiteindelijk van profiteren. Het zijn juist de grote bedrijven binnen deze gig economy die profiteren, zoals Airbnb of Uber. Zij kapitaliseren deze data. De winsten die daaruit vloeien gaan natuurlijk naar henzelf en niet naar de bron van al deze data; de gemeenten.

De CIO Smart Cities van Huawei vindt het daarom extreem belangrijk dat gemeenten hun armen om alle binnen de gemeentegrenzen gecreëerde openbare data heenslaan, de controle hierover hebben, de data beheren en bepalen hoe de data zal worden gebruikt. Niet alleen de data, maar ook de daarbij behorende algoritmes. Budel gelooft daarom niet zo erg in het schaamteloos weggeven van openbare gemeentelijke data in een open datamodel. Volgens Budel maken bedrijven hier misbruik van en verdienen alleen zij hieraan.

Gemeenten, maar ook de deelnemers in private-publieke samenwerkingsverbanden rondom smart cities, moeten ervoor zorgen dat de belangen van de burgers het belangrijkste zijn bij het beschikbaar stellen van deze data en dat gemeenten profiteren van de commerciële verdiensten.

Data moet volgens Huawei natuurlijk wel worden gedeeld met partijen uit de gezondheidszorg en universiteiten, maar het moet niet zomaar worden weggegeven. Kortom, als gemeentelijke data commercieel moet worden geëxploiteerd, dan zijn het de gemeenten zelf die dit moeten doen en niet bedrijven. Pas dan kunnen gemeenten hun smart city-activiteiten het beste uitnutten.

Interessante discussie

Een smart city-concept zoals dat nu in verschillende steden over de wereld wordt uitgerold, is belangrijk voor het (toekomstige) welzijn van inwoners, ambtenaren, lokale bedrijven en bezoekers. Wel moeten steden daarbij goed in het oog houden dat juist stakeholders hierbij actief worden betrokken. Een goede kennis van deze belanghebbenden en wat zij precies nodig hebben op het gebied van slimme toepassingen is daarbij een eerste vereiste.

Dat gemeenten van alle verzamelde openbare data en de daarbij behorende algoritmes de eigenaar moeten zijn, is een interessant statement. Vooral als zij daarbij zelf kunnen bepalen deze data commercieel te exploiteren. We zijn daarom benieuwd in hoeverre gemeenten in staat zijn om dit echt ter harte te nemen en tot welke ontwikkelingen dit gaat leiden.