‘Wagenziekte wordt groot probleem bij zelfrijdende auto’

TNO denkt dat wagenziekte zich veelvuldig kan gaan voordoen bij de zelfrijdende auto. Dat stelt bewegingswetenschapper Jelte Bos van het onderzoeksinstituut, meldt De Telegraaf. Ongeveer 60 procent van de inzittenden kan last krijgen van wagenziekte, waarvan 30 procent te maken krijgt met braken.

Volgens Bos komt dit doordat passagiers bezig zullen zijn met hele andere dingen, met name virtueel vermaak. Tijdens een rit in een autonome auto kan er bijvoorbeeld een film gekeken worden. Voor autobestuurders gaat dit eveneens gelden, aangezien zij hun taak aan de auto zelf overlaten om eveneens een passagier te worden.

Oorzaak

Bos onderbouwt zijn stelling door een vergelijking te maken met kinderen en tieners, een groep die al veel te maken krijgt met ‘ouderwetse’ wagenziekte. Zij spelen op de achterbank namelijk games op hun smartphone of tablet. Vooral bij langdurende autoritten komt dit voor, bijvoorbeeld op weg naar vakantiebestemmingen. De bewegingswetenschapper denkt dat het alleen maar erger wordt.

Hij legt ook uit dat bijna iedereen een bewegingsziekte kan krijgen, indien ten minste één evenwichtsorgaan functioneert. Mensen bij wie geen van beide evenwichtsorganen werkt, zijn gevrijwaard van wagenziekte.

Bewegingsziekte

Ook stelt Bos dat het begrip wagenziekte plaats lijkt te moeten maken voor ‘cybersickness’. Bewegende kunstmatige beelden veroorzaken deze bewegingsziekte, zelfs wanneer de kijker volledig stil zit. Dit kom bijvoorbeeld voor bij videogames.

Bewegingsziektes worden door Bos in het algemeen omschreven als “een normale reactie op een niet-normale omstandigheid, waarin bewegingen centraal staan, zoals rijden, varen, vliegen en virtual reality”. Het gaat hierbij niet om een stoornis, concludeert de TNO’er.