De NASA werkt hard aan een nieuwe manier om te communiceren met ruimtevaartuigen en satellieten. NASA experimenteert hierbij met het internet. Het zal niet onmogelijk zijn dat satellieten en space shuttles binnen een paar jaar een eigen ip-adres zullen hebben. Wetenschappers zullen dan met internetbrowsers met de vaartuigen en satellieten kunnen communiceren. Ook kan er op deze manier data verstuurt worden.

De eerste testen met deze techniek zijn al uitgevoerd. Het project is tot "Omni" gedoopt, Operating Missions as a Node on the Internet. De op dit moment durende Space Shuttle-missie met de Columbia Shuttle (STS-107) werd voor de testen gebruikt. Volgens de wetenschappers is het NASA-experiment tot op zekere hoogte geslaagd. Er moeten nog wel enkele aanpassingen gemaakt worden, voordat een grootschalige invoering van de "nieuwe" techniek kan worden gestart.

Het onderhoud zal een stuk goedkoper en eenvoudiger zijn, van het nieuwe communicatiesysteem, aldus NASA. Voor de test was de Space Shuttle Columbia uitgerust met een 233 Mhz PC met 128 Mb geheugen met een 144 Mb hard-drive. Op dit systeem draaide Red Hat Linux.

Het grootste probleem met het nieuwe systeem is de foutcorrectie op de datastroom; de Space Shuttle is constant in beweging en de ruimtestraling zorgt voor de nodige storing. Momenteel communiceert de NASA met alle ‘buitenaardse’ systemen via ouderwetse datacommunicatie-apparatuur uit de jaren zeventig en tachtig.