De film- en muziekindustrie roept al jaren dat het illegaal downloaden van film- en muziekbestanden flink wat inkomsten misloopt. Maar uit recent onderzoek blijkt dat het allemaal wel meevalt met de financiële schade die filmmaatschappijen lijden als gevolg van piraterij.

Onderzoekers van de Universiteit van Minnesota en Wellesley College keken of er een verband bestaat tussen het het bestaan van Bittorent en het aantal bioscoopkaartjes dat over de toonbank ging. Op basis van hun onderzoek concluderen ze dat piraterij nauwelijks invloed heeft op de kaartverkoop. Immers, mensen die een film downloaden zouden niet naar de bioscoop zijn gegaan als dat theoretisch niet mogelijk was. Dat betekent dus ook dat filmmaatschappijen geen geld aan deze mensen verdiend zou hebben.

Weliswaar erkennen de onderzoekers dat het illegaal downloaden van films wel een impact zal hebben op de kaartverkoop. Naar schatting loopt de filmindustrie jaarlijks zo’n 7 procent van haar inkomsten hierdoor mis. Maar om de schuld daarvan volledig in de schoenen te schuiven van piraterij is niet correct, aldus de onderzoeker.

Deze inkomstenderving is het gevolg van de tijdspanne tussen de Amerikaanse en wereldwijde release van een film. Naarmate de tijd tussen deze twee data groter is, zullen filmliefhebbers ervoor kiezen om de film te downloaden omdat zij niet zo lang willen wachten totdat de film in eigen land verschijnt. Door het verkleinen van dit gat is volgens de onderzoekers winst te behalen.

Het is overigens niet de eerste keer dat onderzoekers betogen dat de financiële schade als gevolg van piraterij wel meevalt. Het adviesbureau Considerati berekende dat 5 tot 30 procent van de mensen die illegaal muziek downloadt uiteindelijk niet overgaat tot de legale aankoop van het album. Hierdoor lijdt de Nederlandse muziekindustrie jaarlijks een schade van 100 miljoen euro. Voor films is de schade moeilijker te berekenen. De onderzoekers gaan ervan uit dat de schade hier hoger zal zijn, omdat het veelal om eenmalig gebruik gaat.

Een Spaanse rechtbank oordeelde vorig jaar november dat het onmogelijk is om een berekening te maken van de schade die de film- en muziekindustrie lijden als gevolg van piraterij. De rechter volgde dezelfde redenering als de Amerikaanse onderzoekers: als iemand geïnteresseerd is in een illegale kopie van een nieuw album of nieuwe film, is deze persoon in zijn ogen nooit een potentiële consument geweest van het origineel. Sterker nog, als deze illegale kopie hem bevalt, is het mogelijk dat deze persoon het album of de film op een later moment alsnog zal kopen. Zodoende profiteert de film- en muziekindustrie juist van piraterij.