Microsoft CEO Satya Nadella: datacenter van de toekomst ligt op de zeebodem

Microsoft CEO Satya Nadella denkt dat datacenters straks onderwater liggen. Nadella vermoedt dat ze een grote rol gaan spelen in de uitbreiding van het wereldwijde cloudplatform van zijn onderneming. Een voorproefje voor wat komen gaat is Project Natick.

Natick is een project waarbij Microsoft een datacenter van zo’n twaalf meter lang op de zeebodem voor de kust van Schotland geplaatst heeft. De gedachte is om dat te herhalen over de hele wereld. “Aangezien vijftig procent van de wereldbevolking vlakbij water leeft, denken we dat we op deze manier moeten denken over toekomstige regio’s voor onze datacenters en de manier waarop we uitbreiden”, aldus Nadella tijdens de Microsoft Future Decoded conferentie in Londen.

Zeer lokale diensten

Real-time clouddiensten zijn steeds belangrijker. Vertraging is dan ook geen goede zaak en om dat zoveel mogelijk terug te dringen, kan overwogen worden om datacenters voor de kust van steden te bouwen. Het hoeven dan geen immens grote datacenters te zijn, want het gaat om zeer lokale diensten.

Maar het gaat volgens Nadella niet alleen om het terugdringen van de vertraging. Project Natick bleek namelijk uiterst eenvoudig en snel uit te rollen te zijn. “Het bouwen ervan, het complete project, was erg eenvoudig. Van begin tot eind waren we negentig dagen bezig”, aldus Nadella.

Proof-of-concept

Project Natick was een proof-of-concept van Microsoft, waarbij het bedrijf wilde uitzoeken of vooraf ontwikkelde datacenters voor onder het zeeoppervlak snel gebouwd konden worden. De tijd die nodig was werd van twee jaar teruggebracht naar 90 dagen. Dat is voor Microsoft een positieve ontwikkeling; het bedrijf zoekt namelijk manieren om snel meer capaciteit naar bepaalde plekken te kunnen brengen.

Door dit soort prefab pods klaar te hebben, hoeft het bedrijf niet uitgebreid te anticiperen op toekomstige vraag, maar kan het de vraag naar de plekken brengen waar dit ook direct nodig is. Het Natick-datacenters beschikt over twaalf rekken met 864 servers en een koelsysteem dat warmte aan de oceaan afdraagt. Het systeem is gebouwd om vijf jaar mee te kunnen en zal minstens een jaar op de zeebodem liggen.

Overigens gebruikt de Natick-pod een kwart megawatt aan energie en maakt het daarvoor gebruik van het netwerk van de Orkney Islands. Alle stroom wordt daar met hernieuwbare bronnen opgewekt.