Stalkers gaan vandaag de dag veelal digitaal te werk. Social media zijn de favoriete instrumenten om te werk te gaan. Daarom zouden sociale netwerken het voor gebruikers makkelijker moeten maken om digitaal misbruik te melden.

Dat zijn de belangrijkste bevindingen van een Brits onderzoek over cyberstalken. Daaruit blijkt dat sociale netwerken zoals Facebook in 62 procent van de gevallen door stalkers worden gebruikt om hun slachtoffer te stalken. Dat is veel vaker dan via de telefoon (41,5 procent) of e-mail (55,5 procent).

Het onderzoek is uitgevoerd onder 353 slachtoffers van cyberstalkers. De helft van de respondenten zei dat de stalker een vreemdeling was of niet geïdentificeerd kon worden. Dat is een veel hoger percentage dan face-to-facestalkers. De cyberstalkers traumatiseren hun slachtoffer zo ernstig dat ze niet meer durven te slapen, naar hun werk durven te gaan of in het ergste geval zelfs zelfmoord plegen.

Verder blijkt uit het onderzoek dat vrouwen maken zich vaker zorgen maken over hun eigen veiligheid en die van familieleden. Mannen daarentegen vrezen voor hun reputatie op het internet.

Het traumatiseren van het slachtoffer is één aspect van cyberstalking. Als cyberstalkers op diverse social media een nepaccount aanmaken en allerlei leugens en onwaarheden verspreiden, kan dat nadelige gevolgen hebben voor de slachtoffers. Denk maar eens aan sollicitanten. Voordat een sollicitant wordt uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek googlet de werkgever op zijn naam. Als hij dan op allerlei belastende zaken stuit, kan dat wel eens zeer nadelig voor hem uitpakken.

Socialenetwerksites moeten volgens de onderzoekers een gedragscode opstellen voor gebruikers wat wel en niet door de beugel kan. Tevens moeten ze slachtoffers vertellen hoe ze aangifte kunnen doen van digitaal misbruik. "Ze hebben een verantwoordelijkheid naar hun klanten", aldus professor Carsten Maple.