Technologiebedrijven uit de Verenigde Staten mogen van de regering meer openheid geven over verzoeken tot informatie die zij vanuit de overheid ontvangen. De bedrijven hebben hier sinds de eerste uitlatingen van klokkenluider Edward Snowden om gevraagd.

De extra transparantie is het resultaat van lange discussies tussen de instanties en grote technologiebedrijven. Deze bedrijven hebben verheugd gereageerd op de bekendmaking: "De burger heeft het recht om te weten hoeveel aanvragen voor de nationale veiligheid worden ingediend en wat de aard van die aanvragen is."

Vooralsnog betreft het wel een voorlopig besluit dat nog geaccepteerd moet worden door de FISA. Met de grotere transparantie willen de bedrijven hun klanten een duidelijker beeld voorschotelen van wat er met hun data kan gebeuren. De overheid is met de bedrijven overeengekomen dat zij rechtszaken omtrent de beperkte transparantie zullen stoppen. Onder andere Google, Facebook, LinkedIn, Microsoft en Yahoo hadden de staat aangeklaagd.

De Electronic Frontier Foundation is blij met het besluit, maar geeft ook aan dat dit slechts een kleine stap vooruit is. Er moet een vertraging van minimaal 6 maanden gehanteerd worden, als de NSA een nieuwe afdeling in gebruik neemt bedraagt de vertraging zelfs 2 jaar. Bedrijven mogen daarnaast geen absolute aantallen bekendmaken, maar moeten zich houden aan bepaalde vooraf bepaalde getallen. Bedrijven mogen enkel duizendtallen of vermenigvuldigingen van 250 gebruiken.

Apple maakte al direct de eerste cijfers van 1 januari tot 30 juni 2013 bekend en daaruit blijkt direct dat er inderdaad nog een weg te bewandelen is, want de cijfers zeggen lang niet alles: Apple ontving "tussen de 0 en 249 dataverzoeken" die te maken hadden met de nationale veiligheid.