Abonneer je gratis op Techzine!

Layout/Features

De plank maakt gebruik van de K8T890 chipset van Via. Die is identiek aan de K8T800 Pro, maar is uitgebreid met PCI-E support. Van de 20 kanalen die de controller ondersteunt gaan er 16 naar de videokaart De 3 overige PCI-E sloten laten 1 kanaal ongebruikt.



Naast de 3 PCI-E sloten heeft het bord ook 2 gewone PCI sloten, aangestuurd via de VT8237 southbridge. Deze southbridge heeft uiteraard alle standaardingrediënten aan boord: AC/97 audio, 4X S-ATA, 8x USB2.0 en een 10/100 Mbit Lan-controller. Abit gebruikt ze echter nauwelijks. De interne audiochip is verruild voor een ALC658 van Realtek, waar we allemaal erg blij mee mogen zijn omdat die controller als veel minder CPU-belastend te boek staat. Ook de Lan-controller wordt door Abit niet gebruikt; ze hebben gekozen voor een extra controllerchip om Gbit LAN mogelijk te maken. Leuk, maar het was een kleine moeite geweest om ook de geïntegreerde controller aan te sluiten. Een tweede Lan-controller is altijd handig.

Naast dit enkele RJ45 poortje zien we achterop het moederbord verder de gebruikelijke keyboard en muis PS2 poorten, een seriele poort, een parallelle poort, SPDIF In/Out, vier USB2.0 poorten, 6-kanaals audio en een Firewire poort.



Wanneer we het bord zelf bekijken valt direct de passieve koeling op. Prettig, aangezien de 40mm fans die we meestal op northbridges aantreffen het geluidsniveau van de gemiddelde trimmer overtreffen. Het koelblok is behoorlijk aan de maat, maar het wordt niet warm. Ook niet wanneer het voltage op de northbridge wordt opgehoogd. De northbridge zit juist door de afmetingen van de heatsink wel op een vervelende plek. Mensen met ècht uit de kluiten gewassen koelers zouden wel eens hinder van het ding kunnen ondervinden. De southbridge is helemaal heatsinkloos. Hij bevat weliswaar geen delicate techniek die goed gekoeld moet blijven, de temperatuur van het chipje was toch aardig hoog.

De geheugensloten zijn gekleurd. Stop je latjes in sloten met dezelfde kleur en ze werken in Dual Channel. Eitje.

Zoals we van Abit gewend zijn staan de IDE-poorten gehoekt op het moederbord. Prettig, want daardoor heeft de airflow in je case minder last van de dikke kabels. De RAID IDE connector is uit ruimtegebrek wel op de normale manier geplaatst. De aansluiting voor de floppy-drive zit in de bovenhoek naast het geheugen. Lekker dicht bij de plek waar normaliter je floppy drive hangt (voor wie hem nog gebruikt ;)) maar je loopt daardoor wel het risico een dikke 30cm FDD-kabel over te houden. De S-ATA poorten zitten niet erg praktisch, maar om eerlijk te zijn ben ik nog nooit een moederbord tegengekomen waarbij dat wel het geval was. Bovendien, de kabels zijn te dun en te flexibel om daar echt een probleem van te maken. De interne Firewire en USB connectors zitten op de gebruikelijke vervelende plaatsen, maar daarvoor geldt uiteraard hetzelfde. Het enige nadeel is dat het bord er in volledig gemonteerde toestand door de bekabeling wat rommelig uitziet.

Onderaan het bord treffen we vreemd genoeg een molex-stekker aan. Deze stekker is bedoeld om de PCI-E sloten van de 75W vermogen te voorzien die ze moeten kunnen leveren, maar dat is eigenlijk alleen maar een probleem op SLI-moederborden. Een plank als de AX8 met een enkel PCI-E 16X slot zou zo’n connector helemaal niet nodig moeten hebben. Dat de plank het ook prima deed zonder dat de kabel aangesloten was, zelfs icm een behoorlijk zware videokaart als de X850XT, wijst er op dat de connector niet erg belangrijk is. Maar, better safe than sorry.



Vervolgens komen we bij een tweetal toch echte design flaws van dit moederbord. Allereerst de ATX connector. Die logge kabel is eigenlijk de belangrijkste van allemaal. En ik weet het, de aansluiting zit op een vanuit puur electrotechnisch oogpunt ideale plek: alle verbindingen zijn nu zo kort mogelijk. Maar alsjeblieft, heren ingenieurs van Abit, zet dat ding voortaan op een plek neer waar de kabel niet vakkundig alle airflow de nek omdraait en ‘en passant’ de luchtaanvoer voor je CPU-koeler verstopt.



Vlak naast die ATX-plug is nog een foutje gemaakt. Het is eigenlijk alleen voor de overclockers interessant, maar toch. Abit heeft de mosfets, enorme transistors die de tientallen ampères die hedendaagse CPU’s opslurpen in goede banen leiden, verstopt tussen de Japanse condensators, waardoor ze volledig onbereikbaar worden voor welke airflow dan ook. Dat is normaal gesproken niet zo’n probleem, maar wanneer bij het overclocken de Vcore en Vdimm omhoog gaan kan dat toch vervelend worden.

Noemenswaardig is verder nog de speciale µGuru chip, rechtsonder naast de southbridge. De µGuru software is blijkbaar dusdanig serieus dat het hardwarematige ondersteuning nodig heeft. Dit wekt toch bepaalde verwachtingen :P

Op de foto zijn ook de kleurcodes te zien bij de connectors voor de ledjes en switches van je kast. Ideaal, zo kun je je moederbord aansluiten zonder de handleiding er bij te hoeven pakken.

Epox maakt sinds enige tijd moederborden die via een klein display een foutcode weergeven. Goed voorbeeld doet goed volgen want ook deze AX8 is uitgerust met zo’n codesysteem; rechts naast de BIOS-chip. De codes zijn niet altijd even duidelijk leesbaar, (‘is dat nou een h of een 4?’) wanneer je ze via de manual ontcijferd hebt weet je wel waar het probleem zit en dat maakt bughunten wel zo prettig. In-depth testing was uiteraard niet mogelijk, maar het systeem kon ons wel feilloos melden dat bijvoorbeeld het RAM ontbrak of dat de videokaart niet correct gemonteerd was.