SAP slaat inmiddels al enige tijd op de trom met zijn “RISE with SAP”. Wij waren vooral benieuwd of die boodschap ook aankomt bij klanten en wat SAP inmiddels allemaal verstaat onder RISE. Het doel van RISE is dat je je organisatie fors kan laten groeien door gebruik te maken van SAP-oplossingen, waarbij S/4HANA het best of suite platform is. Maar kan het bedrijf die belofte ook waarmaken?

We hebben ons tijdens SAP Sapphire in Orlando opnieuw een week lang ondergedompeld in het geweld van SAP. We hebben meerdere interviews gedaan met SAP executives, klanten gesproken, partners gesproken en hier en daar de vinger op de zere plek gelegd om erachter te komen waar SAP naartoe beweegt met RISE with SAP.

SAP heeft een vrij breed productportfolio, van cloud ERP (S/4HANA), HCM en CRM tot aan supply chain management en procurement. Feit is echter dat ERP nog steeds het belangrijkste SAP-product is, waar ook de meeste potentie in zit. Om S/4HANA te versterken, heeft SAP diverse oplossingen hieromheen gebouwd of aangekocht. Het RISE with SAP verhaal focust volledig op S/4HANA aangevuld met additionele tools.

Alles is RISE with SAP: is dat handig?

Uiteindelijk merk je aan alles dat SAP beweegt richting een platformstrategie, waarbij het een “best of suite” aanbod aan het creëren is rondom S/4HANA. Hiermee beweegt SAP in dezelfde richting als Microsoft, Salesforce en ServiceNow. Het lijkt dit nog niet te willen uitdragen, of durft dit nog niet. In plaats daarvan horen we vooral vaak “RISE with SAP”. Dat komt de duidelijkheid niet echt ten goede. Tussen de regels door is ons duidelijk dat mensen bij SAP ook moeite hebben met deze slogan. We hoorden vanuit verschillende hoeken commentaar hierop, dat neerkwam op dat SAP het beestje gewoon bij het naampje moet noemen: “Cloud ERP as a service” of als je het breder wil positioneren “Cloud ERP platform as a service”. “RISE with SAP” komt op ons over als een enigszins doorgeslagen slogan, waar SAP het best niet meer al te lang mee door kan gaan. Hij voegt weinig toe en zaait uiteindelijk meer verwarring dan dat hij duidelijkheid schept.

Best of Suite aanpak

Als we dieper inzoomen op die “best of suite” aanpak, zien we dat SAP de S/4HANA ERP-oplossing centraal stelt. Om het suite-aanbod te verstevigen heeft SAP twee oplossingen aangekocht die waarde toevoegen. Dit zijn een Business Process Intelligence-oplossing en een oplossing voor no-code development.

De Process Intelligence oplossing wordt geleverd door SAP Signavio, een bedrijf dat SAP begin 2021 heeft overgenomen. Met Signavio kan je onder meer process mining doen, om je bedrijfsprocessen inzichtelijk te maken, te automatiseren en efficiënter te maken. Voor bedrijven die veel bedrijfsprocessen hebben kan dit zeer handig zijn, het kan een flinke kostenbesparing opleveren, maar ook helpen om beter te voldoen aan governance en compliance eisen, omdat je beter inzicht hebt in je processen, waardoor alles transparanter wordt.

We noemde al eerder een vorm van no-code development. Bij SAP valt dit onder het SAP Business Technology Platform. Hiervoor heeft SAP het bedrijf AppGyver overgenomen. Hiermee kunnen via een drag-en-drop interface eenvoudige applicaties worden gemaakt. Bijvoorbeeld formulieren om snel gegevens aan te passen of toe te voegen. Of om data uit een ERP-systeem net even anders weer te geven. SAP heeft inmiddels de eerste integraties van AppGyver in S/4HANA gepresenteerd.

Voor bedrijven die een stapje verder willen gaan heeft SAP ook een low-code oplossing. Dit is de SAP Business Application Studio. Hiermee kunnen SAP applicaties en extensies worden gebouwd die gebruikmaken van het SAP Cloud Application Programming Model. Oftewel, je kan hiermee uitbreidingen bouwen boven op bestaande SAP-applicaties.

Uiteraard kan je op basis van beschikbare documentatie ook integraties met SAP bouwen in elke programmeertaal naar keuze. Feit is echter dat low-code en no-code de snelheid van applicatieontwikkeling verhogen en de drempel om iets te bouwen stevig verlagen. Inzetten op no-code en low-code is wat dat betreft een goede strategie.

SAP Store zorgt voor verbreding van best of suite aanbod

Om die best of suite nog aantrekkelijker te maken heeft SAP nu ook meer aandacht voor zijn ISV-partners (independent software vendors). Zij ontwikkelen applicaties bovenop bijvoorbeeld S/4HANA. Zij voegen waardevolle functionaliteit toe, dit kan zijn in de vorm van features, maar ook complete oplossingen die gebruikmaken van de betrouwbare HANA-database en back-end. Voorbeelden hiervan zijn de integratie met Icertis voor contract management, dat levert echt een complete oplossing voor contractbeheer. Of wat te denken van PriceFX, dat een feature levert om nauwkeuriger de prijs van je product te bepalen.

Die aandacht voor ISV’s is echter pas de laatste drie jaar ontwikkeld. Inmiddels heeft SAP zo’n 1800 partners opgetekend voor de SAP Store, maar is er tegelijk nog een lange weg te gaan. SAP wil dat acht op de tien applicaties straks van partners afkomstig is en niet zozeer van SAP zelf. Om de SAP Store aantrekkelijker te maken heeft het besloten om de omzetverdeling aan te passen. Waar SAP voorheen 50 procent van de in de SAP Store gegenereerde omzet wilde, is dat nu nog 15 procent voor de Integration Tier en 25 procent procent voor de Platform Tier. In theorie kan iedereen ISV-partner worden van SAP, maar hanteert het bedrijf wel nog steeds een uitgebreide goedkeuringsprocedure.

Om het aanbod te verbeteren heeft SAP nu zo’n 80 mensen opgedeeld in industrieteams, die als taak hebben om het aanbod in de SAP Store voor hun specifieke industrie te verbeteren. SAP heeft doordat het al jarenlang actief is, veel specifieke industriekennis. Het bedrijf zou dus in staat moeten zijn om het totaalpakket voor bepaalde industrieën snel aantrekkelijker te maken. Of dat ook gaat lukken zal nog moeten blijken.

SAP zou breder moeten kijken

Als je kijkt naar wat er gebeurt in enterprise IT, dan zie je dat een trend juist is om vooral veel samen te werken. Je grootste vijand kan je grootst vriend worden. Alle oplossingen moeten goed met elkaar kunnen samenwerken. Bij SAP zien we echter nog wat traditionele trekjes die dat in de weg zitten. Zo heeft het bedrijf wel fors geïnvesteerd in het SAP Store aanbod om beter samen te werken met bijvoorbeeld Microsoft Teams en andere Microsoft-producten. Een integratie met Slack daarentegen is uit den boze, want dat is tegenwoordig eigendom van Salesforce. Tijdens een interview dat we afnamen op Sapphire noteerden we de volgende quote: “Slack is not an option, due to Salesforce acquisition”.

SAP zal vanuit dit perspectief ook geen integraties met Salesforce of Tableau aanmoedigen in de SAP Store. Salesforce wordt gezien als een grote concurrent. Dat is echt een traditionele denkwijze die SAP moet zien uit te bannen, want daar is de klant niet bij gebaat. Als een klant heeft besloten om te kiezen voor Slack als interne communicatie en samenwerkingstool, dan moet dat net zo goed samen kunnen werken met SAP als Microsoft Teams dat kan.

Die denkwijze zien we ook terug als we kijken naar mogelijkheden om SAP S/4HANA uit te rollen. AWS, Azure, Google Cloud en Alibaba zijn opties. Heeft je organisatie echter gekozen voor Oracle Cloud of IBM Cloud, dan gaat SAP ervoor liggen. Dat mag absoluut niet en zal ook nooit een optie worden. Nu snappen wij ook wel dat de Oracle Cloud onderaan de lijst staat als je SAP heet, maar zolang je S/4HANA on-premise ondersteunt, kan je beter tegen klanten zeggen dat elke locatie mogelijk is, dus ook de Oracle Cloud.

Meeste business haalt SAP uit ECC-klanten

Momenteel heeft SAP ruim 19.000 S/4HANA-klanten, waarvan er sinds begin 2021 ruim 1600 zijn toegevoegd via het RISE with SAP programma. Die klanten hebben ook toegang tot bijvoorbeeld Signavio, AppGyver en andere tools. Alles bij elkaar managet SAP inmiddels al zo’n 56.000 workloads in de cloud met een uptime van 99,98%. SAP heeft daarmee een goed track record opgebouwd als een “as a service”-leverancier.

Verder werd ons duidelijk dat SAP de meeste S/4HANA-klanten optekent via ECC-migraties. Dat zijn klanten die een oude versie van SAP ECC draaien en die in principe voor 2027 moeten migreren. De officiële ondersteuning voor SAP ECC vervalt in 2027, al kunnen klanten die tegen betaling wel nog jaren verlengen. In elk geval tot 2030, mogelijk zelfs tot 2035.

SAP ECC is het verouderde on-premise ERP-product van SAP. Bij SAP ECC was het de trend om aanpassingen in de broncode door te voeren om het ERP-systeem beter te laten aansluiten op de wensen van de klant. Grote nadeel hieraan is dat je niet kan upgraden naar nieuwere versies, omdat je die aanpassingen dan verliest. De markt heeft dit opgelost met het zogenaamde fit-to-standard principe. Bedrijven moeten hun bedrijfsprocessen laten verlopen via standaard procedures die het ERP-systeem wel ondersteunt. Additionele aanpassingen blijven ook mogelijk via extensies en modulaire software die bovenop het ERP-systeem gebouwd kan worden en die inhaakt op de API’s van een ERP-systeem. Volgens dit principe is S/4HANA dan ook ontwikkeld. Je hebt het S/4HANA ERP-systeem en hieromheen heb je losse toepassingen die ermee samenwerken, of modulaire blokken die binnen het ERP-pakket toegankelijk worden. Dit is mogelijk door gebruik te maken van de beschikbare API’s en SDK’s.

Integreren met SAP

De sleutel tot succes voor SAP’s strategie met deze best of suite platform benadering ligt dus bij de mogelijkheid om S/4HANA uit te breiden, te koppelen en te integreren met andere applicaties en oplossingen. Om dit goed te doen heb je API’s nodig. Een application programming interface, oftewel een duidelijke afspraak hoe we op de achtergrond met elkaar communiceren. Op die manier kunnen applicaties van derden met het SAP Platform communiceren en data uitwisselen. Uiteraard nadat er eerst toestemming en authenticatie heeft plaatsgevonden.

S/4HANA kent op moment van schrijven 585 API’s. Het SAP Business Platform heeft er ruim 450, hebben we ons laten vertellen. Daarmee zijn er genoeg mogelijkheden om te koppelen met SAP-software. We hebben ons door klanten van SAP laten vertellen dat het nog weleens complex was om te integreren met SAP omdat het datamodel en de API’s nogal complex zijn. Dit zorgt voor een stevige drempel bij potentiële ISV’s. In onze gesprekken met SAP werd duidelijk dat ook het bedrijf dit signaal heeft ontvangen. Daarvoor is het SAP Business Technology Platform ontwikkeld. Hieronder vallen ook de low-code en no-code oplossingen, maar ook iPaaS-oplossing SAP BTP Integration Suite. Hiermee is het veel eenvoudiger geworden om je eigen software te integreren met SAP.

Daarnaast heeft SAP een zogenaamde One Domain Model geïntroduceerd. Hiermee kan je via API’s op een uniforme manier communiceren met SAP, waarbij data via hetzelfde model met verschillende SAP-applicaties kan worden uitgewisseld. Je hoeft niet langer per applicatie een aparte API-set te kennen. Ook is de integratie tussen SAP-applicaties een stuk eenvoudiger.

Voor bedrijven die vooral veel toegang willen tot data in SAP, maar deze niet zozeer hoeven aan te passen, is er nu ook de mogelijkheid om gebruik te maken van het SAP Data Warehouse Cloud. Hierin kan je de data van SAP-oplossingen en de data van derden samenbrengen. Zodat je die vervolgens beschikbaar kan maken voor data science-modellen. Denk aan machine learning en AI of analytics oplossingen om betere inzichten te creëren.

Wordt SAP S/4HANA een goed best-of-suite platform?

De strategie van SAP is als je tussen de regels door kan lezen duidelijk, of zojuist dit artikel tot je hebt genomen. Als je op SAP Sapphire hebt rondgelopen dan is het helaas een stuk minder duidelijk. Wat ons betreft mag SAP wel wat duidelijker schetsen welke kant het op beweegt en stoppen met slogans die verwarring zaaien.

SAP is min of meer bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden. Het pusht al jaren S/4HANA. Nu meer as-a-service met allerlei aanvullende diensten, waardoor het een groot platform begint te worden met allemaal applicaties omheen en bovenop. Het begint daardoor steeds meer op een best-of-suite benadering te lijken. Er zijn echter wat zaken die beter kunnen of wat voor SAP nog een uitdaging is.

SAP Store

Om te beginnen het aanbod in de SAP Store. Dat laat nog redelijk te wensen over en de adoptie van de applicaties schiet ook nog te kort. We hopen dat die 80 mensen die nu bezig zijn om industrie specifieke applicaties toe te voegen, of partners over te halen die te gaan toevoegen, zeer succesvol zullen zijn. Hierin heeft SAP echt een achterstand op de concurrentie.

Verder doet SAP er goed aan fors te investeren in low-code en no-code mogelijkheden, zodat klanten een grotere bijdragen gaan leveren in het bouwen van modulaire extensies. Hiervoor zal SAP ook meer trainingen en events moeten optuigen om klanten op te leiden in no-code en low-code development.

Tot slot moet SAP de traditionele concurrentiegedachtes laten varen en gewoon alles en iedereen omarmen. Als je een centrale rol wil spelen als platform, kan je zeer populaire oplossingen niet negeren, omdat ze eigendom zijn van een concurrent.

Meer SAP-oplossingen integreren

Als SAP het grootste en meest complete best-of-suite platform wil bieden, zal het meer SAP-oplossingen moeten toevoegen. Ook SAP Ariba, SAP Concur, SAP SuccesFactors en SAP CRM moeten dan allemaal onderdeel uit gaan maken van die suite. Zodat klanten echt een brede SAP Platform integratie kunnen doen.

Je ziet ook bij Salesforce en Microsoft dat veel producten standaard binnen het abonnement worden meegeleverd. Natuurlijk zijn er dan nog altijd opties om bepaalde oplossingen verder op te schalen tegen meerprijs, maar het basisaanbod mag best wat breder en steviger worden.

Overzichtelijk productaanbod

De trend vandaag de dag in IT is ook simpliciteit. Een product kan zeer geavanceerd zijn, maar de interface die de gebruiker krijgt voorgeschoteld moet vooral eenvoudig zijn. Dat geldt wat ons betreft ook voor het productportfolio. Dat moet overzichtelijk zijn en voor klanten moet het snel duidelijk zijn wat ze allemaal krijgen. Wat ons betreft kan SAP nog wel wat duidelijker zijn rondom het SAP Business Technology Platform en het SAP Business Process Intelligence pakket.

Als dat lukt, dan kan het grootste techbedrijf van Europa de strijd nog beter aangaan met de veelal Amerikaanse concurrenten.