Aruba, het ‘autonome’ eiland binnen HPE

Tot enkele jaren terug had het toenmalige HP een netwerktak met ProCurve-producten, die wireless en wired producten op de markt bracht. HP had weliswaar een redelijk marktaandeel, maar had het lastig om te kunnen concurreren met de andere grote jongens in het zakelijke/enterprise segment. In 2015 veranderde dat, toen werd gemeld dat het bedrijf Aruba Networks zou overnemen. Dat veranderde de verhoudingen danig. Wij spraken recent met Bert Leegwater, de Country Manager Nederland die verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen bij het ‘nieuwe’ Aruba.

De overname van Aruba, inmiddels omgedoopt naar ‘Aruba, a Hewlett Packard Enterprise company’, is geen gangbare volgens Leegwater, ook niet voor een bedrijf zoals HPE. Met name bij bedrijven van het formaat van HPE wordt een relatief kleine onderneming zoals Aruba (het bedrijf telde ten tijde van de overname zo’n 1800 werknemers) vaak opgeslokt.

De kleinere onderneming wordt bij dat soort overnames vaak gekocht vanwege IP, oftewel Intellectual Property. Als we bij HP blijven, dan is de overname van 3Com een goed voorbeeld van een dergelijke acquisitie. De naam 3Com hield op te bestaan en alle producten en technologieën werden in de FlexNetworking-lijn ondergebracht. Een dergelijke overname is vaak uitstekend te verantwoorden overigens. Het voegt immers IP toe aan het overnemende bedrijf. Hiermee kunnen (op termijn) nog betere producten gemaakt worden.

Het kan ook best eens wat minder handig zijn. Vaak zijn kleinere bedrijven immers een stuk ‘flexibeler’ dan grote. Voeg je de producten en diensten van het kleinere bedrijf samen met die van het grotere, waardoor de kleine onderneming als het ware verdwijnt, dan verlies je hiermee ook die flexibiliteit, bijvoorbeeld op het gebied van innovatie. Een groot bedrijf heeft immers veel meer legacy dan een klein bedrijf, op allerlei vlakken. Die hippe nieuwe technologie van een overgenomen onderneming is daar vaak helemaal niet op gebouwd.

Wie heeft wie eigenlijk overgenomen?

Zeker gezien de statuur binnen de netwerkgemeenschap die Aruba had en nog altijd heeft, zou het natuurlijk zonde zijn als het bedrijf volledig opgaat in HPE. Dat zou wat ons betreft ook niet echt slim zijn, gezien het verschil in reputatie van de netwerkonderdelen van beide bedrijven. Wij volgen de netwerkmarkt in ieder geval al lang, en Aruba Networks was altijd een partij waar ook door rechtstreekse concurrenten met veel respect over gesproken werd. Dat hebben we eigenlijk nooit gehoord over met name het wireless gedeelte van HP.

Bij HP moet men ook op een soortgelijke manier hebben gedacht bij de overname. Waarom zou je de goede naam van Aruba bij het grofvuil zetten? Dat heeft men dan ook niet gedaan. Vandaar dat er is gekozen om het nieuwe bedrijfsonderdeel door het leven te laten gaan als Aruba, a Hewlett Packard Enterprise company. De relevante partijen komen beide naar voren in de officiële naam, in de praktijk zal het doorgaans nog altijd over Aruba gaan, vermoeden we zo.

De relatieve zelfstandigheid van Aruba binnen HPE is ook op een andere manier te zien. HP (en later HPE) heeft het eigen netwerkportfolio namelijk bij Aruba ondergebracht. Hiermee hield de ProCurve-naam op te bestaan, dat werd Aruba. Het leidde ertoe dat de president en CEO van Aruba in 2016 de volgende uitspraak deed: “We acquired HP Networking when HP acquired us”. Je zou het dus kunnen zien als een omgekeerde overname. Doordat Aruba werd overgenomen door (het veel grotere) HP en als merk bleef bestaan, werd het zelf door het samenvoegen van de twee portfolio’s in een klap veel groter.

Geen one-stop-shop meer

HP stond lange tijd bekend als een one-stop-shop, waar je als bedrijf alle IT-gerelateerde spullen kon aanschaffen die je nodig had. Of het nu printers, monitoren, of laptops waren, de complete inrichting van je datacenter of je volledige netwerkinfrastructuur, HP kon het leveren. Van dat concept is HP inmiddels afgestapt.

De afsplitsing in HPE en HP Inc. is een goed voorbeeld van deze vernieuwde strategie, ten opzichte van het oude HP. Elk van de twee bedrijven richt zich op een specifiek deel van de markt. Dat komt de al eerder aangehaalde flexibiliteit ten goede. Tijdens een gesprek dat we vorig jaar met Rob Idink, directeur HP Nederland (zoals HP Inc. in Nederland wordt genoemd) hadden, gaf hij ook aan dat men aan die kant van het ‘oude’ HP veel meer kan bereiken door die duidelijke focus.

Openheid

Aruba is van zichzelf ook een organisatie met een duidelijke focus volgens Leegwater. Uiteraard leveren ze hardware, maar de echte intelligentie ligt op software-niveau volgens hem. Aruba richt zich dan ook op het ontwikkelen van de backbone, het centrale platform/OS. Alle verschillende toepassingen worden ontwikkeld door andere partijen. Dat laatste is ook mogelijk, want Aruba stelt de API’s beschikbaar voor ontwikkelaars. Zo is het mogelijk om iemand bij het inloggen een voucher te geven voor een kop koffie als een afspraak vertraagd is bijvoorbeeld.

Kort door de bocht gesteld kun je zeggen dat het bij Aruba alleen draait om het platform. Daarom heeft men er volgens Leegwater ook geen enkele moeite mee als je de controller software (on premise) in een virtuele machine draait. Je kunt ook producten van meerdere aanbieders beheren vanuit een en dezelfde beheeromgeving (met Airwave).

Dat laatste is een trend die we tegenwoordig regelmatig zien terugkomen in nagenoeg alle sectoren (zie Nutanix bijvoorbeeld) en een logisch gevolg van de focus op software. Als het gros van de ontwikkeling daar plaatsvindt, waarom zou je dan nog gaan proberen om het propriëtair te maken voor alleen de eigen hardware? Het verdienmodel gaat dan toch ook richting de software, in de vorm van licenties.

Veel te winnen

Een voucher voor een gratis bak koffie als een afspraak op zich laat wachten is een handige extra, de echte kracht van het platform van Aruba zit volgens Leegwater echter in de meerwaarde die het kan bieden in bijvoorbeeld de gezondheidszorg. Zo kun je de netwerkinfrastructuur inzetten om personeel van ziekenhuizen minder te laten lopen, bijvoorbeeld bij het ophalen van apparatuur. Asset tracking wordt dit genoemd en is mogelijk met het Meridian-platform. Gemiddeld is een ziekenhuis continu zo’n 25 procent van haar assets (apparatuur) kwijt. Het scheelt een hoop extra meters als personeel op de hoogte is van waar de apparatuur staat.

Ook bij Aruba draait het tegenwoordig allemaal om de gebruikservaring voor de eindgebruiker, zoveel is duidelijk. Daar is bovenstaande een goed voorbeeld van. Het geeft ook goed aan dat een netwerkinfrastructuur zoveel meer is dan alleen maar overal de beschikking hebben over wifi. Beaconing biedt ook enorm veel mogelijkheden bijvoorbeeld. Iets soortgelijks hoorden we een tijdje terug ook tijdens een gesprek met Ruckus Wireless, over de rol die wifi en netwerken in het algemeen spelen in een smart city.

Wireshark on steroids

Als het gaat over netwerken, bekabeld of draadloos, ontkom je niet aan het beveiligen ervan. Daar richten veel netwerkfabrikanten zich dan ook nadrukkelijk op. Recent zagen we daar al een voorbeeld van bij Juniper Networks. Uiteraard heeft ook Aruba hier een list op bedacht, in de vorm van Clearpass. Het draait bij ClearPass om het beveiligen van het netwerk door middel van het bepalen wie wat en waar wat mag doen op dat netwerk. Dit wordt Network Access Control (NAC) genoemd. Het stelt je onder andere in staat om policies aan te maken, die ook nog eens context-afhankelijk zijn. Dit betekent dat je niet alleen kan zeggen dat een bepaalde applicatie categorisch niet is toegestaan, maar dat je dit kunt koppelen aan de context waarin hij wordt gebruikt. Tijd kan worden gezien als context, of wellicht een koppeling met een locatiebepaling.

Om te weten of alles goed verloopt, maakt ClearPass gebruik van een zogeheten profiler, die de hele dag kijkt wat er op het netwerk langskomt. Je kunt dit volgens Leegwater zien als een variant op Wireshark, maar dan vele malen krachtiger. De profiler kijkt eerst wat iets is, vervolgens bepaalt hij de rol van het object (apparaat, dienst), dus wat deze wel en niet mag en geeft het ten slotte toegang. Ook daarna verliest hij het object niet uit het oog overigens. Hij blijft ook goedgekeurde objecten analyseren. Is er bijvoorbeeld een smartphone in het netwerk die zich niet aan de regels houdt, dan kan ClearPass tegen de MDM-oplossing die erachter zit zeggen dat de telefoon eraf gegooid moet worden. Overigens is ClearPass complementair aan bestaande firewalls en is open voor allerlei merken, zo benadrukt Leegwater. Dat is maar goed ook, want netwerkbeveiliging alleen is niet genoeg is om je security echt goed op orde te hebben.

Vruchten afwerpen

Al met al lijkt de strategie van Aruba in ieder geval zijn vruchten af te werpen. Of dat nu dankzij de overname is geweest door HPE, is uiteraard lastig te zeggen, maar eind 2017 nam het bedrijf de eerste plaats over van het lange tijd onaantastbare Cisco op de ranglijst van Gartner. Het gaat dan om geïntegreerde draadloze en bekabelde infrastructuur. Dat is zeker geen sinecure wat ons betreft, ook al hebben we regelmatig onze bedenkingen bij dit soort lijstjes.

Wat de daadwerkelijke waarde van een dergelijke positionering ook mag zijn, het gaat zonder twijfel goed met Aruba, ook onder de vleugels van HPE. Dat belooft het nodige met betrekking tot de toekomst. We zullen het bedrijf dan ook goed in de gaten blijven houden.