Ministerie van Defensie wil fors meer investeren in maatregelen tegen cyberaanvallen

Het ministerie van Defensie is van plan om meer te investeren in maatregelen tegen cyberaanvallen. Het is volgens het ministerie niet voldoende om een goede beveiliging te hebben. Het ministerie is daarvan van plan om meer middelen in te zetten en de strategie om Nederland weerbaar te maken te verbreden.

Dat valt te lezen in de nieuwe cyberstrategie van het ministerie van Defensie. Minister Ank Bijleveld vraagt om een investering in onder meer de bestrijding van digitale spionage, maar ook in maatregelen tegen beïnvloeding en tegen sabotage. Om tegenstanders af te slaan, moet duidelijk zijn dat Nederland ook “terug kan slaan”.

Malware in vitale infrastructuur

Het ministerie van Defensie schrijft in de cyberstrategie dat het ook rekening houdt met de mogelijkheid dat kwaadwillende landen schadelijke software plaatsen in de vitale infrastructuur. Energiecentrales, maar ook telecomnetwerken kunnen dan ook geïnfecteerd zijn door de malware, die daar geplaatst is “ter voorbereiding op een eventueel militair conflict.”

Of die conflicten ook echt plaats gaan vinden is natuurlijk maar de vraag – te hopen valt van niet. Maar het is wel reëel om uit te gaan van beïnvloeding van onder meer verkiezingen en de publieke opinie. Diverse landen proberen verkiezingen in westerse landen te sturen met onder meer nepnieuws. Het ministerie zal zich ook daarop willen focussen.

Cyberoorlog gaande

Onderdeel van de strategie is om ook te laten zien dat Nederland weet wat er gaande is. Daarom zullen landen vaker publiekelijk commentaar krijgen als ze een cyberaanval uitvoeren. Zeer recent was er nog nieuws over een Russische poging tot het bespioneren van de OPCW, en de zeer publiek besproken van de spionnen die daarbij aangehouden waren.

Nederland verkeert volgens minister Bijleveld in een cyberoorlog met Rusland. Dat commentaar trok ze vrij snel nadat ze het gemaakt had weer in, maar was wel bedoeld om mensen wakker te schudden en bewust te maken.