Eigenaar IFS koopt ERP-aanbieder Acumatica

EQT Partners, eigenaar van IFS, heeft met Acumatica een andere ERP-aanbieder aangetrokken. De twee bedrijven ERP-leveranciers gaan hierdoor nauw samenwerken. Acumatica is een cloud-native ERP-verkoper gericht op mkb’ers.

EQT gebruikte voor de aankoop hetzelfde investeringsfonds van 45 miljard dollar dat het in 2016 inzette om IFS te kopen, vertelt CEO Darren Roos tegenover Enterprise Times. Roos krijgt een plek in de raad van bestuur van Acumatica, en Jonas Persson, industrie-adviseur voor EQT, wordt bestuurder van beide bedrijven. Volgens de overeenkomst hebben beide bedrijven ook een aandeel in elkaar.

Complementeert elkaar

Roos stelt dat Acumatica in eerste instantie gekocht werd als een idee voor EQT. “Mijn team en ik zagen een grote hoeveelheid synergy met Acumatica als een bedrijf.” De twee bedrijven hebben dan ook gedeelde interesses. Beide zitten in de middenmarkt en dan met name in de field service waar IFS in 2017 Workwave voor overnam.

Volgens Roos vullen de twee bedrijven elkaar mooi aan. “Dat is vooral omdat alle zaken van Acumatica zich richten op het mkb-segment. Het overgrote deel van IFS richt zich op enterprises.” Workwave zorgt echter wel voor conflicten, geeft Roos toe.

Mogelijk gaan Acumatica en Workwave in de toekomst samen. Daar wordt de komende maanden naar gekeken.

Huwelijk

Volgens Roos gaat het hier niet om een traditionele acquisitie. Hoewel EQT Acumatica koopt en Roos lid wordt van de raad van bestuur, gaan de twee bedrijven niet samen. “Ik denk dat huwelijk hier een goede analogie is.”

Voornaamste reden dat de twee bedrijven niet samen gaan, is vanwege de groei die ze doormaken. Acumatica zag een groei van 50 procent in een jaar tijd, en de cloud-licentiegroei van IFS steeg met 60 procent. “Gezien die groei, willen we dat niet in gevaar brengen. Er komt een eerste periode waarin we kijken wat de kansen zijn om sneller te groeien.”

Mogelijk verandert de situatie in de toekomst echter nog en gaan de bedrijven toch samen. Dit is echter niet op de korte termijn, benadrukt Roos.