Tim Berners-Lee, oprichter van de Web Foundation en algemeen gezien als de ‘uitvinder’ van het internet, heeft in een opiniestuk omschreven wat er volgens hem nodig is om te zorgen dat het web zijn visie van een platform ten gunste van de hele mensheid realiseert. Daarvoor moeten de thema’s nepnieuws, politiek gebruik en datasoevereiniteit aangepakt worden.

Het is 28 jaar geleden dat Berners-Lee zijn voorstel indiende voor de ontwikkeling van het internet. De 52-jarige uitvinder schrijft nu in een blogpost dat hij de afgelopen maanden steeds bezorgder is geworden over de toekomst van het web. Hij vreest ervoor dat het internet steeds minder aan zijn “potentieel als een gereedschap dat de hele mensheid dient” kan voldoen.

Nepnieuws

De eerste reden daarvoor ligt volgens Berners-Lee in de verspreiding van nepnieuws. Mensen vinden nieuws en informatie op een handjevol sociale media en zoekmachines, die vaak financieel gecompenseerd worden voor kliks. Daarom krijgen consumenten volgens Berners-Lee specifieke nieuwsberichten te zien, gebaseerd op algoritmes die leren op basis van persoonlijke gegevens die continu verzameld worden. Het gevolg daarvan is niet alleen de eenzijdige verspreiding van nieuws, maar ook de toegenomen mogelijkheid om nepnieuws te verspreiden.

“Middels datawetenschap en legers van bots, kunnen mensen met kwade bedoelingen het systeem gebruiken om foute informatie te verspreiden voor financieel of politiek gewin,” legt hij uit. Om die reden is Berners-Lee van mening dat Google en Facebook als “datapoortwachters” het probleem moeten aanpakken. Tegelijk bestrijdt hij het idee om centrale organisaties op te richten die moeten bepalen wat nepnieuws is en wat niet.

Google en Facebook hebben die handschoen overigens al opgepakt en werken allebei aan manieren om te voorkomen dat nepnieuws verspreid kan worden. Zo werkt Facebook samen met universiteiten en nieuwsagentschappen om nieuws op echtheid te laten controleren. Google controleert verder websites die zich zouden voordoen als nieuwsagentschappen.

Politiek misbruik

Een andere grote zorg voor Berners-Lee ligt in misbruik van het internet door de politiek. “Het feit dat de meeste mensen hun informatie krijgen uit een paar platformen en het feit dat de algoritmes die gebruik maken van persoonlijke gegevens steeds verfijnder worden, betekent dat politieke campagnes nu steeds meer individuele advertenties bouwen, direct toegespitst op gebruikers,” schrijft hij.

Tijdens de Amerikaanse Presidentsverkiezingen afgelopen jaar waren er bijvoorbeeld elke dag opnieuw op Facebook 50.000 variaties van advertenties te zien. Dat is volgens hem geen goede ontwikkeling omdat campagnes daarmee minder transparant worden.

Dataverzameling

De laatste zorg van Berners-Lee ligt in het verzamelen van data. Bedrijven verdienen geld door gratis content aan te bieden in ruil voor persoonlijke gegevens. Hij denkt dat dit het idee van vrijheid van meningsuiting begint tegen te werken en voorkomt dat het internet een ruimte is waarin belangrijke thema’s als gezondheid, seksualiteit of religie verkend kunnen worden.

“We verliezen de voordelen die we zouden hebben als we directe controle hadden over onze persoonlijke gegevens en konden kiezen wanneer en met wie we ze zouden willen delen,” stelt hij. Daarom stelt Berners-Lee voor om persoonlijke “datacapsules” te maken, die mensen zouden toestaan welke gegevens ze met wie willen delen.

“Ik stelde me het web voor als een open platform waarin iedereen overal informatie kon delen, kansen kon grijpen en voorbij geografische en culturele grenzen kon samenwerken,” schrijft hij in zijn conclusie. “Op veel manieren voldoet het web aan die visie, maar het is een voortdurende strijd om dat zo te houden.