De rechtbank in Leeuwarden oordeelde vandaag dat het wegnemen van virtuele items uit het online computerspel RuneScape diefstal betreft en dus ook bij wet strafbaar gesteld is. Het is de eerste keer dat in Nederland een veroordeling voor virtuele diefstal is uitgesproken.

De rechtbank in Leeuwarden heeft vandaag een 15-jarige en een 14-jarige jongen veroordeeld voor diefstal met geweld van virtuele voorwerpen. De 15-jarige jongen werd veroordeeld tot 160 uur werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie van vier weken met een proeftijd van twee jaar. De 14-jarige, die tevens voor twee andere feiten terechtstond, kreeg 200 uur werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd. Het is het eerste vonnis in Nederland waarin het wegnemen van virtuele goederen als diefstal wordt gekwalificeerd.

De twee jongens uit Leeuwarden hadden op 6 september 2007 een toen dertienjarige plaatsgenoot met geweld gedwongen tot het overboeken van virtuele items die het slachtoffer had gewonnen met het internetspel RuneScape. Zij dwongen het slachtoffer (die zij van school kenden) met hen naar het huis van een van hen te gaan waar hij vervolgens werd geschopt, geslagen en met messen werd bedreigd. Het slachtoffer boekte vervolgens zijn items over naar de accounts van de twee.

In deze zaak stond de vraag centraal of virtuele voorwerpen als ‘goederen’ kunnen worden beschouwd die kunnen worden ‘weggenomen’ waardoor er sprake is van diefstal. Volgens de Officier van Justitie is het zo dat "de virtuele items van het spel Runescape, in een tijd waarin het winnen, verzamelen of verkrijgen van objecten in de virtuele wereld een steeds prominentere plaats innemen, als goederen kunnen worden beschouwd en dat het wegnemen ervan dus diefstal is."

"Als deze goederen daarnaast voor de bezitter waarde hebben en de eigenaar ervan er niet meer over kan beschikken, is er sprake van diefstal", aldus de officier. De officier eiste tegen beide verdachten werkstraffen van 180 uur en vier weken jeugddetentie voorwaardelijk. De rechtbank was met de officier van justitie van oordeel dat een virtueel goed onder het begrip ‘goed’ – als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht – valt en achtte diefstal met geweld bewezen.