iTunes heeft steeds meer last van streamingdiensten. Hoewel de webwinkel sinds zijn lancering de digitale muziekmarkt op de kaart zette, heeft het nu te maken met een dalend marktaandeel.

Toen Steve Jobs de iTunes Store op 28 april 2003 opende, betekende dat een nieuw tijdperk voor legitieme en door de industrie ondersteunde manier om muziek via internet te kopen. Steve Jobs vertelde toen: "Consumenten niet graag als criminelen worden behandeld en artiesten willen niet dat hun waardevolle werk wordt gestolen." Jobs was overigens geen fan van streamingdiensten. Hij dacht dat consumenten muziek liever zouden willen kopen dan deze te huren.

Nu, tien jaar later, lijkt het erop dat veel consumenten 99 cent per liedje te duur vinden in vergelijking met toegang tot een complete muziekcollectie voor 10 euro per maand.

iTunes bereikte zijn hoogtepunt in 2010 toen het 69 procent van de markt in handen had in de Verenigde Staten. Dat aandeel is nu aan het krimpen. Op dit moment heeft Apple 63 procent van de markt in handen. Hoewel nog steeds aanzienlijk, zijn het vooral de streamingdiensten als Spotify en het Amerikaanse Rdio die aan het groeien zijn en marktaandeel afpakken.

Naast de streamingdiensten zijn sommigen van mening dat iTunes niet modern genoeg is en dat het achterblijft. De interface zou achterhaald en saai zijn. "Er staat niets in de iTunes Store vandaag dat iemand de impuls geeft om iets te kopen", zo vertelt Ted Cohen, oud digital chief bij recordlabel EMI in een interview met Business Week.

Apple is overigens wel bezig met de cloud. Het heeft nu al een dienst waarmee de huidige muziekcollectie in de cloud gezet kan worden en naar verwachting zal het later dit jaar met een eigen streamingdienst komen.