Nederland en de Verenigde Staten slaan de handen ineen om cybercriminaliteit aan te pakken. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) heeft daarvoor woensdagavond in de Amerikaanse hoofdstad Washington een verdrag getekend.

Belangrijk speerpunt van het verdrag is de bescherming van de zogeheten ‘vitale infrastructuur’. Je kunt hierbij denken aan de energievoorziening, waterhuishouding, vliegvelden en banken. Nederland en de VS zullen hun expertise over hackaanvallen met elkaar uitwisselen om zo een tegenwicht te vormen tegen cybercriminelen. Opstelten ontkent dat Nederland van de VS afhankelijk is voor deze kennis. "We moeten van elkaar leren", aldus de minister.

Een tweede aspect waar het verdrag de nadruk op legt is forensisch onderzoek. Volgens minister Opstelten is het noodzakelijk om de inspanningen op dit gebied te intensiveren om zo de daders op te sporen. Dit is des te belangrijker, omdat cybercriminaliteit niet bij de landsgrenzen ophoudt. De minister heeft geen afspraken gemaakt over de bescherming van privacy.

Cybercriminaliteit kost de maatschappij wereldwijd jaarlijks ruim 280 miljard euro. Om Nederland weerbaarder te maken tegen aanvallen van hackers, cybercriminelen en andere kwaadwillenden, opende minister Opstelten medio januari het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC).