Microsoft gaat, net als Google, steeds meer software online publiceren. Deze vorm van publicatie heet ‘Software As A Service’, afgekort SAAS.

"Over tien jaar staat de helft van onze software online", zegt directeur Chris Capossela van de softwaredivisie bij Microsoft. Deze uitspraak werd dit weekend verricht tijdens een persconferentie over de toekomst van de gigant. De toekomst richtte zich voornamelijk op zakelijke klanten.

Bij SAAS is het normaal dat men betaalt per maand. Men hoeft zelf niks te beheren, dit wordt gedaan door de schrijvers van de applicatie. Wanneer men het niet hoeft te beheren bespaart dit tijd. SAAS kent echter ook nadelen, het kan namelijk duurder uitvallen: "Het hoeft niet goedkoper te zijn, want bij het ouderwetse licensie-model hoef je maar één keer te betalen en ben je voor altijd eigenaar van de software." aldus Capossela.

Een ander nadeel aan SAAS is de constante internetverbinding die benodigd is. Om deze nadelen denkt Capossela dat sommige stukken software gewoon offline blijft: "Niet alles is geschikt om online te zetten. Wat heb je er bijvoorbeeld aan om het internet op te moeten om een tekst te kunnen tikken?"

"Zoals vaker gebeurt met nieuwe ontwikkelingen, wordt de invloed ervan waarschijnlijk overschat", aldus Michael Risse, vice-president van Microsoft hij richt zich voornamelijk op software voor het midden- en kleinbedrijf. "In de jaren negentig dachten we ook dat de mainframe – een computer waar heel veel mensen tegelijk op werken – een aantal jaren later niet meer zou bestaan. Hij bestaat nog steeds."

Hij nuanceert echter wel zijn eigen uitspraak en zegt dat het een kwestie is van afwachten. De marketing op het internet zou bijvoorbeeld ook een duit in het zakje kunnen hebben: "Je zou eraan kunnen denken dat je een pop-up krijgt als je een bepaald woord intypt. Het is echter de vraag of dit geaccepteerd wordt."

Sommige branches zullen ook niet zomaar hun informatie naar het internet verplaatsen. De Juridische sector heeft bijvoorbeeld veel gevoelige informatie die goed beveiligd moet zijn. Anderzijds is het ook een kwestie van cultuur: "In Duitsland houden ze over het algemeen graag lokaal de controle over de software", zegt Risse. "In de Verenigde Staten besteden ze het makkelijker uit." Een verklaring voor dit fenomeen heeft hij niet.

Volgens Risse zit er echter wel degelijk een groei in. De groei zal per jaar ongeveer tachtig tot honderdvijftig procent bedragen. Om deze reden investeerde Microsoft 2,3 miljard in haar datacentra. Google deed hetzelfde met een kleiner bedrag, 2 miljard.