Process mining en low-code automation vullen elkaar uitstekend aan

Abonneer je gratis op Techzine!

Appian CEO Matt Calkins noemde process mining tijdens zijn keynote op Appian Europe vorige week ‘de vraag’. ‘Het antwoord’ levert Appian met hun Low-code Automation Platform. Zo beschouwd is de overname van Lana Labs door Appian eerder dit jaar niet meer dan logisch. Het was in ieder geval het belangrijkste onderwerp tijdens Appian Europe. Wij spraken Appian CTO Michael Beckley en Lana Labs mede-oprichter Dr. Rami-Habib Eid-Sabbagh over deze overname. Wat betekent deze overname voor Appian en haar klanten richting de toekomst?

We schrijven hier op Techzine al heel wat jaren over process mining. We hebben vooral Celonis goed gevolgd sinds eind 2017. Dat is dan ook zonder twijfel een van de grote spelers in die markt en niet bereikbaar voor een partij zoals Appian in de zoektocht naar een process mining partij. Er zijn echter ook talloze kleinere spelers die ook gestaag doorgroeien. Een daarvan is Lana Labs, opgericht in 2016 door Karina Buschsieweke, Dr. Thomas Baier and Dr. Rami-Habib Eid-Sabbagh in Berlijn.

Lana Labs

De visie van de twee oprichters van Lana Labs was duidelijk, vertelt Eid-Sabbagh. Ze wilden zoveel mogelijk automatiseren in hun product en richting de toekomst steeds meer autonomie inbouwen. Daarnaast ligt er bij Lana Labs een sterke nadruk op het toegankelijk maken van process mining. Niet alleen vanuit een OpenAPI-perspectief, maar ook zeker vanuit een organisatorisch perspectief. Met andere woorden, Lana Labs moet eenvoudig te integreren en eenvoudig in het gebruik zijn. Dat betekent onder andere ook het inzetten van low-code en no-code in het platform.

Wie Appian al langer volgt, herkent in de visie van Lana Labs in ieder geval een deel van die van Appian zelf. Dat maakte Lana Labs een uitstekende optie voor een overname vanuit Appian, geeft Beckley aan. Als CTO van een Amerikaans bedrijf houdt hij het in de basis Europese process mining al een aantal jaren in de gaten. Hij heeft gezien dat process mining de afgelopen jaren volwassen is geworden. De tijd was dus rijp om op zoek te gaan naar een geschikte kandidaat om over te nemen. Dat Beckley en Appian de waarde van process mining al vroeg inzagen, is geen verzinsel achteraf overigens. Zo was Appian al heel vroeg een partner van Celonis.

Process voorbij academische discipline

Als Beckley zegt dat process mining volwassen is geworden, heeft hij het onder andere over de complexiteit ervan. Die lag lange tijd erg hoog. Deels is dat te wijten aan de academische roots van process mining. De discipline is ontstaan in onderzoeksinstituten in onder andere Duitsland en Nederland. De Nederlandse hoogleraar Wil van der Aalst is een van de grondleggers bijvoorbeeld. Dat maakt process mining een bijzondere discipline, omdat er van origine geen specifiek business model achter zit. Het risico is dan dat de discussies bij process mining bedrijven heel academisch blijven. Dat wil zeggen, het gaat dan niet zozeer om de praktische toepasbaarheid, maar om de wetenschappelijke merites van het model. Die twee zaken zijn vaak niet in overeenstemming met elkaar.

Beckley merkte bovenstaande academische insteek op bij meerdere process mining doelwitten voor Appian. Lana Labs hoorde hier echter niet bij. Waar de meeste process mining oplossingen die Appian heeft bekeken nog erg complex waren en dus veel IT-kennis vereisen om goed in te kunnen zetten, was dit bij Lana Labs niet het geval. Specifiek noemt Beckley hier het binnenhalen van data in de process mining omgeving. Dat was voor veel partijen een groot probleem, volgens hem. Lana Labs had en heeft dit wel goed voor elkaar. Deels komt dit door de wezenlijk verschillende cultuur. Zowel Baier als Eid-Sabbagh waren ten diepste technisch en praktisch ingestoken, ook al komen ze uit de academische hoek.

Tijdens Appian Europe liet CEO Matt Calkins bovenstaande slide zien. Deze symboliseert de overeenkomsten tussen het bestaande aanbod en process mining. Oftewel de overeenkomsten tussen processen en workflows.

Enterprise technologie

Ook de technologie zelf speelt een belangrijke rol bij een eventuele overname. Dat is dan ook zeker een van de redenen waarom Appian voor Lana Labs is gegaan. Het platform van Lana Labs draait in containers in de cloud. Dat maakt de schaalbaarheid ervan goed. Voor Appian, dat zich primair richt op (large) enterprise, is dat erg belangrijk. Verder heeft Lana Labs volgens Eid-Sabbagh vanaf het begin een duidelijk doel gehad richting automatiseren. Appian heeft het daar ook bijna continu over. Automatiseren doet Lana Labs onder andere door ML-algoritmen in te zetten om patronen in processen te detecteren. Het bedrijf heeft ook veel werk gestoken in hun zogeheten automatische distribution analysis. Hiermee kun je automatisch analyseren of processen nog wel binnen de normale tijd afgehandeld worden bijvoorbeeld.

Een dergelijke goede match van de platformen heeft als voordeel dat het volledig integreren van Lana Labs in het Appian-platform erg snel kan gaan. Sterker nog, dit is al bijna gedaan, geeft Beckley aan. De voornaamste verbeteringen die vanuit Appian nog nodig waren voor de Lana Labs-component hebben te maken met security. Die was bij een start-up zoals Lana Labs niet op het niveau dat Appian nastreeft. Het gaat dan met name om het formeel behalen van certificeringen. Dat is voor veel klanten van Appian een vereiste om aan de slag te kunnen en mogen met software.

OpenAPI en low-code

Zoals al eerder aangehaald, zijn twee eigenschappen van het Lana Labs-platform erg belangrijk geweest voor de keuze van Appian voor Lana Labs. Het zal niemand verbazen dat low-code (en no-code) er eentje van is. Als je een nieuwe component wilt integreren met het Low-code Automation Platform, dan kan dat maar het beste ook gebruikmaken van low-code om workflows en taken aan te maken. Eerder dit jaar merkten we al op dat een van de doelen van Appian is om low-code zo breed mogelijk in te zetten, toen Appian met Low-code Data het ook mogelijk maakte om data-integratie via low-code te doen.

De andere cruciale eigenschap die Beckley en Eid-Sabbagh noemen is de keuze voor een OpenAPI-benadering. Dit maakt het onder andere mogelijk volgens Eid-Sabbagh dat je niet alleen data het Lana Labs-platform in kunt krijgen, maar er ook weer uit kunt trekken zonder grote problemen. Beckley gaat hier nog even op door en schetst de mogelijkheden die Lana Labs en Appian nu samen kunnen bieden. Het is nu mogelijk om Appian te analyseren met behulp van Lana Labs. Je kunt je workflows gebouwd in Appian nu analyseren vanuit het perspectief van process mining voordat je ze in productie neemt. Het heeft je verder ook meteen een goed overzicht van alle workflows die draaien. Je hebt meteen inzicht in welke goed functioneren en welke niet.

Automatisch van de vraag naar het antwoord?

Het feit dat Appian het platform van Lana Labs volledig integreert in het eigen platform, geeft al aan wat de bedoeling is. Op dit moment bestaat Appian uit ruwweg twee onderdelen. Je hebt de basis, het bouwen van workflows in low-code, en het gedeelte dat zich bezighoudt met het automatiseren (bijvoorbeeld met behulp van RPA en AI/ML). Als je dit ook nog eens kunt integreren met process mining, weet je ook voordat je workflows gaat inzetten of ze doen wat ze moeten doen. Het biedt je de mogelijkheid om nog verder te optimaliseren. Daarnaast hou je ook continu inzicht in de prestaties van de workflows.

Een dergelijke diepgaande integratie is vanzelfsprekend de bedoeling. Het idee is zeker om automatisch van “weten naar doen” te gaan, om de woorden van Beckley te gebruiken. Hierbij kun je inzichten automatisch omzetten in acties. Je kunt hierbij starten bij het workflow-gedeelte van Appian of het Lana Labs-gedeelte. Dat zal ook nodig zijn, omdat niet iedere klant dezelfde wensen heeft. Concreet betekent dit dat je als klant eerst je bestaande processen kunt analyseren, er vervolgens betere workflows voor te bouwen, of dat je workflows die je al hebt gemaakt in Appian analyseert met de process mining-functionaliteit, om de workflows vervolgens te optimaliseren.

Daarbij is het natuurlijk wel belangrijk dat je niet gedwongen wordt om meteen het hele platform af te nemen. Dat is ook zeker niet de intentie, geeft Beckley desgevraagd aan. Dat doet Appian in principe sowieso nooit, het geeft je bijvoorbeeld ook de mogelijkheid om op het gebied van RPA de ingebouwde functionaliteit van het Appian-platform te gebruiken, of te kiezen voor bijvoorbeeld UiPath in combinatie met Appian. Dat zal bij process mining niet anders zijn. We verwachten overigens wel wat meer op de doelgroepen/industrieën van Appian toegespitste process mining functionaliteit in het eigen platform.

Binnenkort meer

Hoe de integratie van Lana Labs in het Appian-platform er in de praktijk precies uit gaat zien, is nu nog niet duidelijk. De integratie is echter al wel bijna afgerond, dus als het goed is moet er relatief snel meer duidelijk zijn. Wij zijn met name benieuwd hoe diep de integratie zal zijn. Kun je bijvoorbeeld met een enkele druk op de knop bestaande workflows analyseren binnen het process mining gedeelte, om deze daarna automatisch te verbeteren? Of gaan er aanbevelingen komen vanuit het process mining gedeelte over hoe de workflows aan te passen? Voor het antwoord op deze en andere vragen moeten we nog even geduld hebben. Process mining mag dan wel de vraag zijn voor het antwoord dat Appian met het Low-code Automation Platform kan geven, de precieze vragen en antwoorden zijn nog niet bekend.