Appian zet grote stappen in verder ontsluiten van low-code

Abonneer je gratis op Techzine!

Appian profileert zich al enige jaren overduidelijk als low-code speler, ook al heeft het een fundamenteel andere benadering dan veel andere low-code partijen die we kennen. We schreven daar eerder al over. Naast low-code houdt Appian zich met haar platform ook bezig met zaken zoals RPA, BPM, AI en API-integratie. Van oudsher komt het bedrijf uit de BPM-hoek, maar het is de afgelopen jaren overduidelijk geworden dat low-code de basis is voor alles wat Appian doet. Tijdens Appian World onderstreepte het bedrijf dit wederom. Low-code is de toekomst voor Appian, maar ook voor applicatie-ontwikkeling en software in het algemeen, is de teneur.

Low-code heeft de toekomst, stelt Appian CTO Michael Beckley tijdens zijn keynote op Appian World, het jaarlijkse evenement van Appian dat ook dit jaar weer virtueel plaatsvond. Hij zegt dit in een sectie van zijn sessie waarin hij uitspreekt niet te geloven in no-code als volgende stap in low-code. Volgens hem heb je bij no-code altijd nog high-code nodig en is het dus te restrictief. Low-code biedt het beste van twee werelden, is zijn conclusie, want heeft elementen van no-code, terwijl je toch alles tot op de pixel nauwkeurig kunt ontwikkelen.

In het licht van bovenstaande uitspraak is het dus niet zo vreemd dat Appian het eigenlijk uitsluitend over de low-code-mogelijkheden van van haar platform heeft. De naam Low-code Automation Platform is eveneens geen toeval. Het geeft aan dat low-code aan de basis ligt van alles wat het bedrijf doet, want alle andere onderdelen waar we het in de inleiding over hebben, vallen binnen dit platform. Als je met Appian in zee gaat, dan ga je aan de slag met low-code, zoveel is duidelijk. Of je nu alleen applicaties bouwt, of ook zaken rondom RPA en AI integreert, dat maakt niet uit. Het platform is hetzelfde.

Appian biedt de verschillende modules ook niet à la carte aan. Je hebt de mogelijkheid om ze te gebruiken, maar kunt het platform ook koppelen aan de oplossing die je voor elk van die componenten gebruikt. Zo kun je ervoor kiezen om niet de RPA-mogelijkheden van Appian te gebruiken, maar het platform te koppelen aan UiPath. Dat maakt Appian verder allemaal niet zoveel uit, is de boodschap die het uit wil dragen.

Van langzame naar snelle software

De flexibiliteit van het Appian Low-code Automation Platform is onderdeel van de kern van wat Appian doet. Het is onderdeel van hoe software tegenwoordig moet zijn. In een gesprek met Matt Calkins, de CEO van Appian, geeft hij aan dat software niet langer een sluitpost is. Dat gaan steeds meer organisaties inzien volgens hem. Een gevolg hiervan is dat software volgens hem niet langer ‘langzaam’ kan en mag zijn.

Als voorbeeld van het probleem van langzame software maakt hij een interessante vergelijking. Volgens hem is het mobiele gebruik van software bij organisaties vorig jaar gestegen met gemiddeld 220 procent. Dit is uiteraard het gevolg van de coronacrisis. 220 procent lijkt best indrukwekkend. Dit valt echter in het niet bij de bijna 2000 procent stijging die Appian zelf noteerde. Met andere woorden, de meeste software is mobiel nog altijd niet of slecht te gebruiken. De applicaties van Appian waren allemaal meteen beschikbaar voor gebruik in de nieuwe situatie, onder andere vanwege de keuze voor React als framework. Appian gebruikt dat al lang, om heel snel applicaties te kunnen bouwen voor de verschillende platformen (browser, Windows, Android, iOS). Een concurrent zoals Pegasystems heeft pas zeer recent de overstap gemaakt.

Als je accepteert dat software flexibel moet zijn, stap je verder ook snel af van software suites. Niet dat deze in theorie geen snelle software zouden kunnen leveren, maar de kans dat dit gebeurt is klein, geeft Calkins aan. Appian zal dus nooit klanten dwingen om alles bij hen af te nemen. Dit betekent ook dat het platform van Appian open is en altijd zal blijven. Dat dit niet de eenvoudigste route is voor Appian, realiseert Calkins zich terdege. Maar het is volgens hem wel de route waar klanten het meeste profijt van hebben.

Accepteer en gebruik datasilo’s

Lange tijd ging het in de zakelijke wereld over het afbreken van datasilo’s. Dat is op zich een nobel streven, maar in de praktijk blijkt dit extreem lastig. Vandaar dat steeds meer partijen zich storten op het aan elkaar knopen van al deze silo’s. Je zou kunnen zeggen dat het steeds duidelijker is dat het gevecht tegen silo’s niet te winnen is, dus kun je ze maar beter accepteren. Dat is uiteindelijk ook een gevolg van een open benadering zoals Appian die voorstaat. Appian wil zo open mogelijk zijn, en dus met zoveel mogelijk andere omgevingen integreren. Die andere omgevingen maken vaak gebruik van hun eigen datasilo’s.

Bij het ontwikkelen van applicaties is de toegang tot data van cruciaal belang. Zonder de juiste input kun je geen bruikbare applicatie bouwen. Data-integratie is echter ook een van de lastigste onderdelen. Het vergt de nodige skills om dit goed te doen, skills die niet iedere organisatie in overvloed heeft. Daarnaast staan databases overal verspreid. Het maakt het niet eenvoudig om een join te doen tussen verschillende databases. Ze zijn niet geoptimaliseerd op elkaar, er is geen key match en ga zo maar door. Dat is wat low-code data moet oplossen.

Met low-code data brengt Appian low-code als het ware van de ontwikkelkant naar data-integratie. Dit hebben we eerder ook al eens gezien bij Mendix, met de Data Hub. Het is vanaf de nieuwste versie van het Appian Low-code Automation Platform dus mogelijk om data te integreren met behulp van dezelfde low-code concepten. Je hoeft de data niet eerst te migreren, maar maakt gebruik van een tussenlaag waarin je alles aan elkaar koppelt.

Tijdens zijn presentatie op Appian World noemt Calkins het laten staan van de data een onderscheidende factor. Concurrenten zouden wel data verplaatsen en zich deze als het ware toe-eigenen. Voor zover wij weten, is dit niet helemaal juist. Bij de al eerdere genoemde Data Hub van Mendix gaat het om gevirtualiseerde metadata en blijft de daadwerkelijke data ook staan waar deze stond. We hebben Appian gevraagd om dit nog iets verder toe te lichten. Hieronder het volledige antwoord dat we kregen op onze vraag (in het Engels), waaruit we kunnen opmaken dat er inderdaad zelfs geen tussenlaag nodig lijkt te zijn:

With Appian you can choose to work with source data directly (depending on the source capabilities). So Appian is executing the integration at the moment it is needed. No need to migrate this data to the Appian database. Also the metadata (data structure) doesn’t need to be in Appian and we can construct a view which uses a flexible data model, although we can map the data as well towards an Appian Data Type to make it easier to use the data in Interfaces, Business Rules, Process Models, etc.

Je hebt uiteindelijk dus de keuze om rechtstreeks de data aan te spreken, of het via een tussenlaag (Appian Synced Data) te doen.

Low-code op grote schaal

Wat de exacte verhoudingen ten opzichte van de concurrentie ook zijn op het gebied van low-code data-integratie, het is duidelijk dat Appian bezig is om low-code op te schalen. Dit is ook zichtbaar in het samenvoegen van low-code en het automation-aanbod (zoals RPA en AI) van Appian in een enkel platform. Dit is niet per se een nieuw product, maar meer een samenvoeging van bestaande onderdelen. Je betaalt volgens Calkins niets extra voor de extra functionaliteit die je op deze manier krijgt.

Het samenvoegen van deze twee onderdelen roept wel een vraag op wat ons betreft. Appian heeft het altijd over best-of-breed, openheid en accepteren dat organisaties al andere platformen en tooling gebruiken. Is dit dan een eerste stap naar het toch zoveel mogelijk naar binnen trekken van klanten in hun ecosysteem?

Deze vraag hebben we gesteld aan Malcolm Ross, VP Product Strategy en Deputy CTO van Appian. Volgens hem moeten we dit niet zo zien. De samenvoeging van low-code en automation in een platform is meer een tegemoetkoming richting klanten. Niet iedereen kan of wil AI- en RPA-functionaliteit van derden gebruiken. Daarnaast geeft hij aan dat onder andere de RPA- en AI-componenten van Appian deels zijn ontwikkeld op basis van verzoeken van klanten. Denk hierbij onder andere aan AI-functionaliteit die specifiek is gericht op semi-gestructureerde data.

Naast bovenstaande uitbreiding van het platform, is er nog iets nieuws te melden met betrekking tot de schaalvergroting ervan. Calkins meldt in zijn keynote dat het bedrijf met een Unlimited licentie komt. Dit is wat de naam aangeeft. Geen limieten op aantallen gebruikers, te bouwen applicaties en geen limieten op AI of RPA-bots.

Appian Low-code Portals

Als het gaat om het opschalen van prestaties, dan mag de aankondiging van de beta van Low-code Portals ook niet ontbreken. Calkins omschrijft dit als de ‘voordeur’ voor applicaties die beschikbaar moeten zijn voor het algemene publiek. Met andere woorden, een dergelijk portal verbindt Appian-applicaties met externe gebruikers.

Op zich is het beschikbaar stellen van applicaties voor externe gebruikers niet nieuw. Dat gebeurt uiteraard al sinds jaar en dag. Ross noemt het in ons gesprek dan ook een evolutie van het Appian-platform. Low-code Portals-functionaliteit maakt het nu ook mogelijk om dergelijke interfaces naar moderne op microservices gebaseerde architecturen te brengen. Het is feitelijk een geporteerde interpretation engine, waarmee je snel portalen kunt bouwen voor externe gebruikers. De websites die je uiteindelijk aanbiedt, kunnen als gevolg hiervan eenvoudig en snel schalen. Uiteraard moeten de Appian Portals relatief toegankelijk en eenvoudig in gebruik zijn, geheel volgens de low-code filosofie.

Community Edition

Een laatste indicatie dat het Appian allemaal nog niet snel genoeg gaat, is de aankondiging van de Appian Community Edition. Hiermee kun je het volledige platform van Appian gebruiken, zonder dat je ervoor hoeft te betalen. Je hebt alles tot je beschikking, ook de nieuwste en meest geavanceerde onderdelen. Er zit geen limiet op hoe lang je het mag gebruiken. Dat was bij de standaard trial tot nu toe wel het geval.

Uiteraard zijn er wel limieten op andere vlakken. Dat is niet meer dan logisch. Maar deze zijn best ruim. Neem het nieuwe low-code data. Daar staat de limiet op 25.000 rijen per record. Dat betekent dat je per aangesloten bron 25.000 rijen kunt koppelen. Daarmee moet het mogelijk zijn om ook van deze functionaliteit een goed beeld te krijgen.

De Community Edition biedt overigens niet alleen maar het volledige platform, waarna je het zelf maar verder uitzoekt. Er is voorzien in training, instructievideo’s en dergelijke. Heb je in de ‘testomgeving’ een applicatie gemaakt, dan is er ook support om deze in productie te nemen.

Veel nieuw potentieel momentum

Appian heeft niet stilgezeten sinds Appian Europe, ruim een halfjaar geleden. Ondanks de relatief nauwe focus op low-code, pakt het bedrijf stevig door. De twee voornaamste aankondigingen van dit jaar zijn wat ons betreft zonder twijfel low-code data en de Community Edition. Met low-code data lost Appian een van de voornaamste problemen bij het bouwen van apps op, het integreren van data. De Community Edition brengt het platform als geheel juist breder onder de aandacht. Als organisatie kun je nu nog meer met low-code doen. Hierdoor moet low-code als geheel ook weer een push krijgen. Het feit dat Appian met Unlimited en met het samenvoegen van low-code en automation ook weer wat hordes weggenomen heeft, moet hier ook aan bijdragen.

Als low-code de toekomst is, dan zullen dit soort ontwikkelingen ook moeten blijven komen natuurlijk. Gebaseerd op het tempo waarmee Appian op dit moment innoveert, twijfelen we daar in ieder geval niet aan.