Ontwikkelaars trekken met low-code de kar in de strijd tegen legacy

Abonneer je gratis op Techzine!

Developers zijn er nooit genoeg tegenwoordig. Organisaties moeten steeds meer applicaties ontwikkelen om mee te blijven doen in hun markt. OutSystems gaat deze uitdaging op geheel eigen wijze te lijf met haar low-code developmentplatform. Wij spraken hierover met Bart Meursing, VP EMEA North bij het bedrijf.

De belofte van low-code is dat het ontwikkelen van applicaties sneller en beter kan dan wanneer je alles vanaf de grond af aan zelf bouwt. Je maakt gebruik van vooraf gedefinieerde bouwblokken om applicaties in elkaar te zetten. Dit terwijl je ook de flexibiliteit hebt om alles tot op de puntkomma te ‘customizen’, of het nu om specifieke bedrijfsregels, processen of een pixel perfect interface gaat.

De term low-code doet wellicht vermoeden dat iedereen er applicaties mee kan ontwikkelen. Dat is echter niet zo. Het zorgt er echter wel voor dat applicaties een stuk sneller kunnen worden gebouwd en gemoderniseerd door developers. Daarnaast biedt het ontwikkelen op een dergelijk platform ook de nodige voordelen op het gebied van security. Door het gebruik van vaste bouwblokken, is er minder risico op kwetsbaarheden in de code.

Wat brengt OutSystems je?

Er zijn behoorlijk wat leveranciers actief in de wereld van de low-code. OutSystems (opgericht in 2001) is een van de pioniers onder de moderne low-code ontwikkelplatformen. Het heeft ook een unieke benadering, als je het vergelijkt met andere platformen. De meeste low-code platformen richten zich vooral op de zogenaamde citizen developers. Dat wil zeggen, die willen gebruikers vanuit de business in staat stellen om zelf hun applicaties te ontwikkelen. OutSystems richt zich vooral op de professionele ontwikkelaars, om deze de tools in handen te geven om meer te kunnen doen in een kortere tijd.

OutSystems heeft weloverwogen gekozen voor hun eigen specifieke benadering, geeft Meursing aan. Er is namelijk nog een wereld te winnen. Dit klinkt als een gemeenplaats, maar er ligt wel degelijk iets fundamenteels aan ten grondslag. “Er zijn steeds meer developers nodig om de wensen van de klant te realiseren, maar die zijn simpelweg niet te vinden. Je kunt talent op dit vlak niet uit het niets creëren. Dus dan moet je de diepte in voor de developers die er wel zijn. Die kunnen dan nog meer doen met het platform.”

Een voorbeeld hiervan is OutSystems AI. Hiermee kunnen ontwikkelaars de nodige extra intelligentie meenemen in een applicatie. Denk hierbij aan conversational AI waarmee je snel een Q&A chatbot kunt bouwen, aan cognitieve services om sentimentanalyse in te bouwen en aan AI-componenten om eenvoudig en snel informatie uit documenten te halen. Hiernaast heeft OutSystems ook AI ingebouwd in het developmentplatform zelf. Deze helpt de ontwikkelaar tijdens het programmeren met adviezen. Dit zorgt er ook voor dat deze sneller kan ontwikkelen en dat de kwaliteit van de applicatie omhooggaat.

TIP: Lees hier ook ons artikel over hoe OutSystems is gebruikt bij het ontwikkelen van een autonoom opererend agrarisch voertuig.

Voorbereid op cloud-native met Project Neo

Zonder twijfel de grootste aankondiging rondom het uitbreiden van de mogelijkheden van het OutSystems-platform is Project Neo. OutSystems kondigde dit tijdens het recente NextStep-event voor het eerst aan. Met deze toevoeging aan het platform wil OutSystems de modelgebaseerde ontwikkeling waar het bekend mee is geworden koppelen aan ultieme schaalbaarheid, gebaseerd op een cloud native architectuur, waar applicaties in containers draaien. Die schaalbaarheid speelt hierbij vanzelfsprekend een grote rol. Dat is binnen traditionele omgevingen niet eenvoudig te ontwikkelen en in te richten. Binnen Project Neo moet dit een stuk eenvoudiger en sneller kunnen.

Project Neo draait onder de streep dus om het neerzetten van een schaalbare en moderne cloud architectuur die ingericht is voor CI/CD. Hiermee kan het platform van OutSystems organisaties helpen om continu te veranderen en om te gaan met een tekort aan talent, geeft Meursing aan. Daarnaast geeft het ook antwoorden op de vragen die ontstaan rondom de noodzaak om te moderniseren.

IT’ers moeten dus de kar trekken bij het moderniseren van een organisatie. Daarbij is het wel heel belangrijk dat ze daar ook de ruimte voor krijgen. Ze moeten zich niet met legacy en technical debt bezighouden. Dat zorgt alleen maar voor vertraging. Ook op dit punt speelt Project Neo een belangrijke rol, vertelt Meursing. Het is mede gericht op het elimineren van legacy en het vernieuwen van oude applicaties in een moderne architectuur. Dat is de toekomst voor applicatieontwikkeling, dus daar moeten ontwikkelaars zich ook vooral mee bezig kunnen houden.

Nieuwe business-modellen vragen om snelle digitalisering

In de bodytekst gaat het erover dat organisaties steeds meer en sneller applicaties moeten kunnen ontwikkelen. Meursing geeft tijdens ons gesprek enkele voorbeelden hiervan. Zo heeft de ANWB in korte tijd met ANWB Reisopmaat een nieuw businessmodel ontwikkeld voor haar vijf miljoen leden. Met behulp van het applicatieontwikkelplatform van OutSystems heeft de ANWB een integratie tussen de nieuwe applicatie, het backoffice van de ANWB en met systemen van derden neergezet. Hiermee kunnen hun miljoenen leden en een hele nieuwe doelgroep binnen een enkele applicatie een volledige reis op maat samenstellen.

Een tweede voorbeeld dat Meursing noemt gaat over het Rode Kruis. Die organisatie had een uitdaging met het matchen van de juiste vrijwilligers bij de juiste projecten tijdens de coronacrisis. Dat was voorheen een handmatig proces dat tot een uur kon duren. Met OutSystems (en Deloitte) heeft het Rode Kruis binnen zes weken een applicatie gebouwd om dit vrijwel zonder vertraging te kunnen doen.

Hoe krijg je IT voldoende mee?

In theorie klinkt Project Neo behoorlijk interessant en overtuigend. De praktijk is echter vaak wat weerbarstiger. Je hebt te maken met een zeer diverse groep ontwikkelaars, die allemaal zo hun voorkeuren hebben. De grote vraag is dan ook hoe je die meekrijgt. Bij OutSystems geloven ze sterk in het beschikbaar stellen van hun platform aan developers, geeft Meursing aan. Dan zien ze vaak vrij snel wat ze er allemaal mee kunnen bouwen en zijn ze meteen iets milder gestemd. Meursing haalt een anekdote aan van een lead developer bij een klant die in eerste instantie echt niet mee wilde, maar tegenwoordig groot pleitbezorger is van OutSystems binnen zijn organisatie.

Bestaande developers binnen organisaties meekrijgen is natuurlijk belangrijk. Richting de toekomst is het enthousiasmeren van nieuwe ontwikkelaars misschien nog wel belangrijker. Vandaar ook dat OutSystems speciale programma’s heeft om ontwikkelaars aan te trekken en zich verder te laten ontwikkelen. Daar begint het al mee op universiteiten en hogescholen. Daar kunnen geïnteresseerden al aan de slag met de technologie van OutSystems. Ook hier helpt Project Neo ongetwijfeld. De huidige ontwikkelaars in opleiding groeien op met cloud, containers en Kubernetes, dus dat moet dan ook een belangrijk onderdeel zijn van het ontwikkelplatform waarin ze zich willen bekwamen.

Security wordt nog belangrijker, ook SaaS krijgt technical debt

Als we het toch over de toekomst hebben, hangt het succes van OutSystems natuurlijk niet alleen af van het kunnen enthousiasmeren van de juiste doelgroep. In het algemeen zal de vraag naar applicatieontwikkelplatforms volgens Meursing ook toe blijven nemen. Een belangrijke reden hiervoor is de toegenomen vraag naar DevSecOps, oftewel het integreren van security-overwegingen in de lifecycle van applicaties. Security van software komt steeds hoger op de agenda bij organisaties. De voorspelbaarheid op dit vlak van een platform zoals dat van OutSystems is hierbij erg interessant.

Een laatste voorspelling die Meursing nog wil doen richting de toekomst, is dat er alleen maar meer gebruik wordt gemaakt van cloud-native architectuur bij het ontwikkelen van applicaties. Een platform zoals OutSystems kan daarmee bijvoorbeeld interessant zijn om een alternatief voor een SaaS-applicatie te ontwikkelen. Want ook op dat punt komt steeds meer technical debt, geeft Meursing aan. Als voorbeeld noemt hij een organisatie met 25 verschillende instances van een CRM-applicatie, verspreid over een grote regio. Daar gaat onherroepelijk technical debt optreden. Het kan dan interessant zijn om zelf aan de slag te gaan en iets te ontwikkelen, zeker als je met je CRM het onderscheid kunt maken in het marktsegment waarin je actief bent.

Wat brengt de toekomst verder nog?

Al met al valt er nog genoeg te verdiepen voor OutSystems en de ontwikkelaars die het platform gebruiken. Daar zet het bedrijf dan ook vol op in, zo maken we op uit ons gesprek met Meursing. Of dit ook voldoende zal zijn in de strijd tegen het tekort aan ontwikkelaars, moeten we natuurlijk nog even afwachten. Feit is wel dat ontwikkelaars steeds meer kunnen doen in steeds minder tijd. De ontwikkeling van Project Neo brengt OutSystems daarnaast helemaal bij de tijd op het gebied van cloud-native ontwikkelen. Het ziet er dus zonder meer goed uit.

We verwachten overigens wel dat ook OutSystems op termijn niet meer uitkomt onder een zekere mate van verbreding richting andere technologieën die deels overlappen met low-code. RPA, een nog bredere inzet van AI, en wellicht zelfs process mining, om een paar technologieën te noemen. Al die technologieën convergeren steeds meer, omdat ze veel gedeelde concepten bevatten en ten diepste ook allemaal hetzelfde doel hebben, namelijk het verder automatiseren van zaken. Op dit moment is het echter nog niet aan de orde voor OutSystems, want er is nog zat winst te boeken binnen low-code development zelf.

TIP: We maken iedere week een podcast. Eerder dit jaar hebben we er eentje opgenomen over low-code (en no-code). Je luister hem via deze link, of door hieronder te klikken.