Hoe ING verandert van traditionele bank naar techplatform

Fintech is bezig de traditionele sector voorgoed te veranderen. Waren het eerst vooral startups die met disruptive technologie financiële diensten ontwikkelden, tegenwoordig nemen grote consumenten- en zakenbanken als ING vaak het voortouw. Techzine sprak hierover met CIO Wholesale Banking Annerie Vreugdenhil bij ING.

We schrijven er bij Techzine eigenlijk vrijwel nooit over, maar financiële technologie of fintech valt tegenwoordig niet meer weg te denken. De combinatie tussen financiële diensten en technologie heeft een grote revolutie ontketend. Van consument tot grootzakelijk bedrijf, de manier voor het afhandelen van onze financiën vindt steeds vaker via dit soort technologie plaats. Of het nu simpelweg een Tikkie versturen is of de komst van ‘open banking’ waarbij het mogelijk is om alle financiele informatie van verschillende banken op één plek onder te brengen. Dankzij de regelgeving van PSD2 kunnen bedrijven onder bepaalde voorwaarden, zoals licenties, toegang krijgen tot financiële gegevens van klanten, als zij dat toestaan, om financiële processen nog makkelijker af te handelen.

Dit alles met de inzet van ‘disruptive’ technologie als kunstmatige intelligentie, machine learning, blockchain en identiteit- en toegangsbeheer. Al deze technologieën creëren daarnaast ook een enorme hoeveelheid aan data die moet worden ontgonnen en worden beheerd. Natuurlijk met inachtneming met de nodige vereisten.

Interesse bij ING

Het mag dan ook geen wonder zijn dat fintech -en de vaak daarmee disruptieve start- en scale ups- een serieuze bedreiging vormen voor de traditionele bankwereld. Toch moeten banken wel in deze trend mee, vertelt ING-CEO Ralph Hamers tijdens zijn keynote op fintech-conferentie Money20/20. Volgens Hamers verandert de basisfunctie van de financiële industrie van het alleen leveren van diensten om betalingen of andere transacties, naar het mogelijk maken van allerlei digitale diensten. Bijvoorbeeld via applicaties die werken met data die via PSD2 beschikbaar zijn gesteld.

Platforms belangrijk

Deze digitale financiële diensten moeten volgens de ING-topman via platforms worden geleverd. Digitale platforms kun je als aanbieder eenvoudig en tegen lage kosten uitbreiden. Dit maakt de uitrol van digitale financiële diensten eenvoudiger. Als bonus creëren platforms bij eindgebruikers ook een bepaalde ‘stickyness’. Klanten komen graag terug en bevelen het weer bij anderen aan. Meerdere klanten op je platform, trekt weer meer andere leveranciers van diensten aan en vice versa. Dit betekent uiteindelijk dat je als bank en aanbieder van een dergelijk platform open moet zijn.

Investeren in fintech

ING heeft daarom innovatie leidend gemaakt voor zijn strategie. De bank wil transformeren van een traditionele bank naar een compleet innovatie- en IT gestuurd bedrijf. De afgelopen jaren heeft het flink geïnvesteerd om op dit gebied meer te innoveren. Zo is er geïnvesteerd in het trainen van het personeel om innovatie onderdeel te maken van de eigen bedrijfscultuur, maar ook het opzetten van zogeheten ING Labs in Amsterdam, Singapore en Londen is een focuspunt. Deze ING Labs worden ingezet voor het ontwikkelen van zogeheten ‘minimum viable companies’ die kunnen uitgroeien tot volwaardige bedrijven. Daarnaast wordt binnen de ING Labs samengewerkt met fintech-bedrijfjes.

Verder investeert ING Ventures ongeveer 300 miljoen euro in startende (fin)tech-bedrijven. Tot slot werkt de bank graag samen met andere partijen om ervaringen te delen en de expertise te gebruiken om nieuwe toepassingen en oplossingen te ontwikkelen.

Van bank naar platform

Op deze manier verandert de bank van traditionele aanbieder van financiële producten en diensten naar een digitaal platform. Via dit platform kunnen klanten niet alleen ‘sec’ de producten en diensten gebruiken. Ze treffen er ook andere producten en diensten aan, waaronder van andere aanbieders. Deze kunnen hen op financieel en maatschappelijk vlak helpen. ING wil uiteindelijk daar zitten waar klanten voor hun digitale diensten het liefst zitten, vertelt Vreugdenhil. Dus in hun zakelijke processen of in hun lifestyle. Het bedrijf wil als een soort centraal platform een orkestrerende rol hierin spelen, zodat klanten makkelijker hun zaken kunnen afhandelen.

De bank kiest er dus duidelijk voor om een platform te worden dat niet alleen eigen diensten, maar ook een heel ecosysteem van diensten van partners wil orkestreren. De bank moet producenten en zakelijke klanten of consumenten bij elkaar brengen. Vreugdenhil maakt hierbij een vergelijking met Uber en Airbnb. Aan de ene kant zijn diensten van deze bedrijven af te nemen, aan de andere kant kunnen op deze manier diensten aangeboden worden. Je kan daarbij de orkestrator van het platform zijn, je kan mogelijkheden aan platforms van derden willen leveren of je kan zelf veel diensten aanbieden op dit platform of ‘de fabriek’ achter het platform zijn.

Het ING-platform richt zich voor de zakelijke ‘wholesale’-klant vooral op de laatste vorm, geeft Vreugdenhil aan. Dit soort activiteiten zie je volgens haar minder bij de consumententak. De gewenste dienstverlening is voor beide groepen immers anders. Bij de zakelijke variant krijgt de bank vanwege deze ‘producer-rol’ meer toegang tot het hele ecosysteem. Dit maakt het voor de bank aantrekkelijk om zich met zijn platform ook daarop te gaan richten.

Digitale transitie in extremis

Op de vraag of we de hele transitie van ING naar een zakelijk fintech-platform eigenlijk een ‘digitale transformatie of transitie’ moeten noemen, antwoordt Vreugedenhil bevestigend. Eigenlijk is dit volgens haar een digitale transitie ‘in extremis’. De digitale platformstrategie wordt in ieder onderdeel van het bedrijf doorgevoerd. Dit betekent onder meer dat het hele bedrijf ‘agile’ is gaan werken. Niet alleen aan de IT-kant, maar ook in alle andere onderdelen van de bank. De hele keten binnen ING om producten naar de markt te brengen, werkt nu integraal op deze manier.

Investeren in startups

Onderdeel van deze strategie is, zoals hierboven al beschreven, het investeren in fintech start- en scale ups, daarmee intensief samenwerken of zelf nieuwe bedrijven opstarten zoals Yolt en Cobase. Hierbij wordt vooral gekeken naar hoe de technologie van deze bedrijven bijdragen aan het grotere geheel dat ING wil bieden. Dit kan bijvoorbeeld ook technologie zijn die op dit moment nog niet toepasbaar is, maar voor de toekomst wel interessant wordt.

Ook kan ING de diensten van de startups gaan aanbieden aan derden, via een white label-constructie onder de eigen ING-merknaam of onder het merk van de betreffende startup. Dit hangt helemaal af van hoe de betreffende startup en ING dit willen.

Inzet van touchpoint-architectuur

Naast deze investeringen en intensieve samenwerking met start- en scaleups, investeert ING natuurlijk ook veel in het ontwikkelen van technologie om het platform vorm te geven. Hierbij wordt vooral uitgegaan van een zogeheten ‘touchpoint’-architectuur.

Deze architectuur zorgt ervoor dat alle voor microservices ontwikkelde code als aparte onafhankelijke bouwstenen of “Lego-blokjes’ wordt beschouwd. Wanneer binnen de bank een product wordt ontwikkeld, kunnen ontwikkelaars deze bouwstenen ophalen via digitale portals en API’s en bij elkaar voegen. Hierdoor is ING in staat om in zeer korte termijn volledig functionerende producten op de markt te brengen.

Op dit moment gebeurt dit nog alleen binnen de ING-groep, maar het is straks via het Open Banking Initiative ook mogelijk deze te delen met andere financiële partijen. Met behulp van de open API’s kunnen banken en andere financiële instellingen straks meer functionaliteit verkrijgen vanuit het ecosysteem van partners, data uitwisselen en zo nieuwe inkomstenbronnen genereren.

Kunstmatige intelligentie

Vanzelfsprekend investeert ING ook in kunstmatige intelligentie (AI). Vreugdenhil geeft aan dat AI binnen de bankwereld een zeer hot topic is en dat de bank op dit moment één van de front runners is. Met kunstmatige intelligentie en de daaraan verwante algoritmes creëert ING onder meer nieuwe lagen voor geavanceerde analytics bovenop zijn data lakes. Dit is volgens Vreugdenhil voor een bank een complexe operatie, vanwege alle privacy- en governance-gevoeligheid. Met behulp van een goed dichtgetimmerd ‘user access management’ zijn die kwesties geadresseerd en geregeld.

Een andere oplossing met AI is Katana. Dit is een algoritme dat beurshandelaren beter in staat stelt de juiste prijs te bepalen en een hogere ‘hit ratio’ te hebben. Een echt pricing tool, geeft de CIO Wholesale aan. Dit specifieke algoritme wordt nu ook geschikt gemaakt voor fondsbeheerders wanneer zij, bij een verkoop, weer iets terug moeten kopen om hun portfolio op peil te houden. Voor deze groep moet het algoritme optimale combinaties of ‘paren’ vinden. Vaak lopen de mogelijkheden op tot wel 2 miljoen verschillende combinaties, die fondsbeheerders niet allemaal kunnen overzien. Door nu kunstmatige intelligentie te gebruiken, gaat dit natuurlijk een stuk sneller.

De volgende stap is dat het hele aan-en verkoopproces wordt geautomatiseerd en dat kopers en verkopers aan dit proces worden gekoppeld. Daar is ING op dit moment al mee bezig, al gaat de ontwikkeling hiervan stap voor stap. Het is niet alleen een proces voor het inzetten van tools als digitale robots, maar ook algoritmes en daaraan gekoppelde automatische processen. Ook wordt hierbij klassieke software ingezet.

Andere toepassingen van algoritmes, AI en machine learning binnen ING die Vreugdenhil noemt, zijn bijvoorbeeld fraudepreventie en anti-witwasscreening. Daarnaast wordt er met kunstmatige intelligentie gewerkt om uit ongestructureerde data interessante informatie te halen, die weer ergens anders kan worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan brokjes informatie uit kredietaanvragen die ergens anders weer van pas komen. Dit in combinatie met een stukje workflow, zodat alles makkelijk naar boven valt te halen.

Blockchain

Naast AI is ook blockchain een belangrijke trend voor het bankwezen. Volgens Vreugdenhil is blockchain momenteel vooral infrastructuur en niet zichtbaar voor de grote massa, maar moet de komende tijd een belangrijke rol spelen binnen het bankwezen. ING heeft op dit gebied de eerste blockchain applicaties in productie staan. De technologie is voorlopig alleen geschikt voor het grootzakelijke segment, vooral als het gaat om ‘high value, low volume’.

Quantum computing wekt interesse

Een andere technologie waar ING voorzichtig naar kijkt is quantum computing. De bank is vooral geïnteresseerd in het gebruik van quantum computing rondom cryptografische toepassingen, zoals het snel kunnen kraken van versleutelingen. Dit vanwege de flinke investeringen van ING in blockchain. De bank wil deze technologie ‘quantum proof’ maken. Hoewel quantum-technologie verre van ontwikkeld is, wil ING alvast op de toekomst zijn voorbereid.

Security en privacy by design

Bij alle technologische ontwikkelingen die ING nu doorvoert, zijn de security en privacy ‘by design’ geregeld. Vooral op blockchain-gebied is veel aandacht geschonken aan hoe privacy kan worden gegarandeerd door ‘zero knowlegde proofs’. Dit omdat de technologie in principe zoveel transparantie met zich mee brengt. De bank heeft de technologie hiervoor doorontwikkeld en is bezig om hier toepassingen voor te ontwikkelen. Ook deze toepassingen kunnen straks door derden worden gebruikt. Zo heeft de TU Delft in samenwerking met het Centraal Justitieel Incassobureau onlangs de eerste toepassing getest.

Toepassing van RegTech

Verder is de bank druk bezig met het ontwikkelen van toepassingen op het gebied van regulatory technology (RegTech). Dit is technologie die het voldoen aan allerlei reguleringseisen en compliance vereenvoudigt. Met name door naar startups te kijken die deze technologie kunnen leveren.

Vreugdenhil ziet RegTech als een grote en belangrijke opkomende toepassing van technologie. Vooral omdat iedere 12 minuten ergens ter wereld nieuwe wet- en regelgeving actief wordt. Aangezien een bank als ING wereldwijd opereert, is het belangrijk dat constant al deze wet- en regelgeving binnen de banksystemen wordt geïmplementeerd.

RegTech-bedrijven ontwikkelen hiervoor risicoscans om banken als ING te kunnen laten inschatten welke wet- en regelgeving voor hen belangrijk is. Dit heeft geleid tot proof of concepts waarbij de informatie met de bank wordt gedeeld en daar automatisch acties op kan laten nemen. Het gaat dan om het aangeven waar veranderingen optreden tot code die alleen maar hoeft te worden geïmplementeerd.

Duidelijke transitie

Het mag duidelijk zijn dat ING hard op weg is om van een traditionele bank uit te groeien tot een digitaal platform. En dan vooral een digitaal platform waar het niet alleen zelf producten of technologische oplossingen aanbiedt, maar ook die van anderen gebruikt of faciliteert om te gebruiken.

Vanzelfsprekend dat daarvoor op technologisch gebied de aandacht volledig uitgaat naar trendy oplossingen en toepassingen als kunstmatige intelligentie, machine learning, blockchain en zelfs quantum computing. We zijn benieuwd wanneer al deze toepassingen echt gaan doorbreken en de (zakelijke) klanten ze gaan omarmen. Want alle inspanningen van de bank moeten natuurlijk tot het laatste leiden.