Samenwerking Samsung en Qualcomm voor 5G mobiele chips

Qualcomm en Samsung kondigen een samenwerking aan om 5G mobiele chipsets te bouwen. Daarmee breiden de partijen hun jarenlange samenwerking verder uit. Onder de aankondiging valt het produceren van Snapdragon 5G mobiele chipsets die gebruikmaken van Samsungs 7-nanometer Low Power Plus (LPP) EUV-technologie.

In vergelijking met 10nm FinFET-voorgangers vermindert de nieuwe Samsung technologie de procescomplexiteit doordat er minder processtappen nodig zijn. Het resulteert in 40 procent meer gebiedsefficiëntie, met 10 procent performance-verbetering of 35 procent minder energieverbruik. Daarnaast zorgt het ontwerp ervoor dat er meer ruimte overblijft. Dit leidt op termijn waarschijnlijk tot grotere batterijen of dunnere apparaten.

Samsung introduceerde 7LPP EUV in mei, waarmee het de eerste halfgeleider-procestechnologie realiseert om een EUV-lithografische oplossing te gebruiken. Verwacht wordt dat de inzet van EUV-lithografie de barrières van de wet van Moore wegneemt, wat de weg vrijmaakt voor generaties halfgeleidertechnologie met een nanometer.

De aankondiging is niet van invloed op de recente generaties Snapdragon-chipsets. De bedrijven werken al lange tijd samen voor de productie van system on a chips (SoC’s). Zo was er bijvoorbeeld ook een overeenkomst voor de Snapdragon 821 en Snapdragon 835. Door ook bij de 5G chipsets samen te werken, moeten toekomstige apparaten ondersteund worden.

Doel 5G

Momenteel is 5G nog geen realiteit, maar bedrijven richten zich al wel op de technologie. De hardware in apparaten en de levering door providers staan daarbij centraal. Vanuit telecom-partijen wordt er bijvoorbeeld hard gewerkt om de connectie te realiseren. Onder meer Ericsson speelt hierin een rol. Dit bedrijf maakt voor operators de introductie van 5G in het vierde kwartaal mogelijk.

Uiteindelijk wordt 5G ook belangrijk voor toepassingen als zelfrijdende auto’s. Bij dit soort technologieën is nauwkeurig internet erg belangrijk, aangezien er snel geanticipeerd moet worden op verkeerssituaties. Daarom moet het netwerk ook in kleinere gebieden toegankelijk worden.