Nederlanders hoeven niet bang te zijn dat de Nederlandse overheid een toezichthouder in het leven gaat roepen die internetgebruikers gaat controleren op het verspreiden van auteursrechtelijk beschermd materiaal en hen op basis daarvan kan afsluiten van het internet. Dat blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer van staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken.

Begin mei keurden de Franse Nationale Assemblee en de Franse senaat een controversiële wet goed, als gevolg hiervan komt er een toezichthouder die in de gaten houdt of internetgebruikers zich bezig houden met piraterij. Mensen die dit doen krijgen eerst een waarschuwing per e-mail, de tweede keer een brief en de derde keer worden ze afgesloten van het internet voor de duur van maximaal een jaar.

Uit de brief van Heemskerk blijkt dat een dergelijke aanpak niet de goedkeuring kan wegdragen van de Nederlandse regering. "Voor de aanpak van gebruikers met kwaadwillende bedoelingen is een regeling voor afsluiting in de Nederlandse context ook niet noodzakelijk, omdat er in Nederland, mede op aandrang van de regering, een gedragscode tot stand is gekomen op grond waarvan internetaanbieders op initiatief van opsporingsautoriteiten zelf actie ondernemen tegen strafbare feiten zoals kinderporno (notice and take down gedragscode)", aldus Heemskerk in de brief.

Ongeveer tegelijkertijd met het Franse besluit behandelde het Europees Parlement de herziening van het Europese reguleringskader voor de elektronische
communicatiesector. Daarbij ging het Europees Parlement akkoord met het zogenaamde amendement 138, waarin opgenomen is dat internetgebruikers niet afgesloten mogen worden zonder tussenkomst van een rechter. Nederland volgens de brief van Heemskerk sympathie voor het amendement, omdat het gebruikers beter wil beschermen tegen te makkelijke afsluiting.

Wel is Heemskerk van mening dat het amendement nog verder verduidelijkt moet worden, zodat het niet in strijd is met de eerder genoemde notice and take down gedragscode, die bedoeld is voor het afsluiten van internetters met kwaadwillende bedoelingen. Nederland wil dat er met name duidelijk wordt in welke gevallen er wel en in welke gevallen geen tussenkomst van de rechter nodig is.