Het lijkt er nu echt aan de komen: de aankondiging van Apple’s eerste mixed reality (MR)-headset. Volgens bronnen van de Wall Street Journal gaat het apparaat 3000 dollar (een slordige 2750 euro) kosten. Wat heeft Apple te zoeken op de MR-markt? En wie is bereid om zoveel geld neer te tellen voor een ‘experimenteel’ product?

Apple’s nieuwste gadget zou in het derde kwartaal moeten uitkomen. De Wall Street Journal stelt dat Apple in principe lage verwachtingen heeft voor de verkoopcijfers. Niet al te gek, gezien het bedrag dat een consument mag neertellen. Het huidige aanbod van virtual/mixed/augmented reality is divers, met een groot verschil in prijspunten. Voor Apple zal de Quest Pro, het paradepaardje van concurrent Meta, de meest voor de hand liggende concurrent zijn. Echter is die VR-bril momenteel dichterbij de 1000 euro dan 3000, dus kunnen we onze blik wat omhoog werpen als we het hebben over specificaties.

Mixed reality, gemengde resultaten

Het is een opmerkelijk moment voor Apple om deze markt te betreden. Onlangs bleek dat Mark Zuckerburg de focus wilde verplaatsen van virtual reality naar AI, dat sinds de lancering van ChatGPT de gehele IT-industrie aan het veroveren is.

Echter blijkt uit recente berichtgeving dat Zuckerburg met Meta nog altijd geïnteresseerd is in de ontwikkeling van de zogeheten ‘metaverse’, een losse verzamelnaam voor de digitalisering van ons (werkend) leven dat nog meer vorm moet krijgen.

Lees ook: Metaverse belooft veel, doet nog weinig; Disney geeft reality check

Wat betreft de doelstellingen van Apple blijft het giswerk tot de daadwerkelijke aankondiging. Hoe dan ook betreedt het een markt die zich momenteel in een wat apart stadium bevindt. Sinds de introductie van de Oculus DK-1 (Development Kit 1) in 2014 begon de productie van VR-brillen gemaakt door onder andere HTC/Valve, Samsung, HP en Lenovo. Deze werden met elke revisie telkens scherper en feature-rijk, hoewel verschillende partijen zich de laatste jaren hebben teruggetrokken. Enorme R&D-kosten, een gebrek aan standaardisering en een kleine groep consumenten hebben het moeilijk gemaakt om standvastig te zijn in het VR-landschap.

Toepassingen op professioneel gebied zijn potentieel talrijk: geavanceerde cockpitsimulaties, 3D-renders van architectonische plannen en psychologische onderzoeksdoeleinden zijn een aantal voorbeelden. Het betreft veelal niches, die nog niet verenigd kunnen worden met de universalistische gedachtes van Zuckerberg en Meta.

De sleutel: hardware

Het voornaamste probleem waar deze merken tegenaan hebben gelopen is de kwestie rondom hardware. Immers geldt voor bijna elke VR-headset dat een sterke PC nodig is om de software te draaien. In het geval van Apple heeft het een troef in handen sinds het met het zelf ontwerpen van chips is begonnen: de eigen hardware.

Volgens Bloomberg gaat de Apple M3-chip een 12-core processor worden met 18-GPU-cores, dat gebakken moet worden op het 3 nanometer-procedé van het Taiwanese TSMC. Een krachtige SoC dat voortborduurt op de krachten van de M1 en M2, dus. In die gevallen werd al snel na lancering duidelijk dat de chips extreem goede prestaties leveren bij specifieke toepassingen waar Apple bekend om is, zoals grafisch design.

In de eerste plaats zou een Apple-headset van 3000 dollar niet gelijk aardverschuivend zijn. Het prijsniveau heeft dan echt nog een tienvoudige keldering nodig. Echter zal het met de eigen hardware een voordeel kennen dat voorheen nog niet eerder op de virtual/mixed reality-markt is voorgekomen. Meta moest met de Quest 2 en Quest Pro vertrouwen op Qualcomm-technologie, terwijl anderen met PC-headsets uitgaan van de capaciteiten in Nvidia- en AMD-chips.

Kortom, wordt vervolgd. WWDC zal uitwijzen waar Apple naar op zoek is in deze markt.