De app-ontwikkelaars voor de iPhone en de iPad zijn boos op Apple, ze beschuldigen het bedrijf ervan dat ze opzettelijk web apps langzamer maken dan de officiële apps uit de App Store. Dat blijkt uit een onderzoeksrapport van The Register.

Het verschil tussen deze apps is de programmeertaal. Een webapp wordt ontwikkeld met behulp van javascript en HTML, terwijl de officiële iOS apps worden geschreven in Cocoa, een programmeertaal die gebruikt wordt voor alle Apple producten. De apps die met behulp van javascript en HTML zijn geschreven maken gebruik van de Safari browser, gezien de doorontwikkeling van de browserengines de laatste 2 jaar wordt deze manier ook steeds populairder omdat veel programmeurs het ook makkelijker vinden dat de Cocoa programeertaal.

Veel ontwikkelaars beweren nu echter dat Apple de webapps benadeeld door ze express langzamer te maken. Apple kan namelijk geen controle uitoefenen op deze apps en verdient er ook niets aan, dit in tegenstelling tot de officiële iOS apps, die eerst door een strenge controle heen moeten en waarvan 30 procent van alle omzet op de rekening van Apple wordt bijschreven.

Door de apps langzamer te maken zou Apple proberen de populariteit ervan te beinvloeden zodat ontwikkelaars alsnog overstappen op Cocoa.
De apps die met javascript zijn gemaakt, werken erg langzaam als ze bijvoorbeeld als icoon aan het homescreen worden toegevoegd en vandaar uit worden gestart. Als zo’n app vanuit een bookmark in de browser wordt gestart gaat dat echt vele malen sneller.

Het toevoegen van een icoon aan het homescreen van een webapp is natuurlijk zeer handig als je bepaalde apps veel gebruikt en ze niet steeds wilt starten vanuit je bookmarklijst want dat kost meer handelingen. De vertraging die Apple nu lijkt te hebben ingebouwd is volgens de ontwikkelaars bewust gedaan en kan op weinig goedkeuring rekenen.

Apple heeft tot op heden nog niet gereageerd op de aantijgingen maar het ligt voor de hand dat ze met een reactie gaan komen.