Ubuntu 10.10 en Windows 7

Je kunt het flauw vinden. Je kunt het goed vinden. Je kunt er heel veel van vinden, maar ik wil het toch behandelen. Simpel en alleen omdat de enige, echte concurrent van Ubuntu 10.10 Windows 7 is. Ik wil het vooral hebben over wat de beide besturingssystemen te bieden hebben. Qua prestaties liggen ze heel dichtbij, dus dat onderdeel sla ik even over.

Wat ik het meeste mis in Ubuntu is Aero Snap. Het is gewoon zo handig om even snel twee vensters naast elkaar te zetten. In Ubuntu is het overigens wel mogelijk, maar alleen via een omweg. Er wordt gelukkig gewerkt aan Aero Snap, maar het staat pas op de planning voor Compiz 0.9 die nog even op zich laat wachten.

Wat ik ook mis is Systeemherstel. Niet dat ik het zo vaak nodig heb, maar als er iets foutgaat na het installeren van software, ga je even snel naar Systeemherstel en het probleem wordt opgelost. Bij Ubuntu moet je dan kiezen om op te starten in de herstelmodus en vervolgens naar een oplossing voor het probleem zoeken.

Qua verschil in userinterface kan ik me voorstellen dat het even wennen is. Ik ben er inmiddels aan gewend en het is allemaal heel simpel. Misschien wel logischer dan op Windows. Het menu waar alle toepassingen staan is (vaak) logisch onderverdeeld in verschillende categorieën zoals Audio en video, Systeem, Programmeren en Spellen.

Wat ik misschien wel mis, is het Configuratiescherm. Het Configuratiescherm in Ubuntu is nu standaard simpelweg een lijst van items. Het is weliswaar mogelijk om een Windows-achtig scherm te krijgen, maar daarvoor moet je wel even zoeken (klik met de rechtermuisknop op Menu’s bewerken en ga vervolgens naar de hoofdcategorie Systeem en vink Control Center aan).


Het Configuratiescherm van GNOME


De kans bestaat bovendien dat je ook Microsoft Office gaat missen, zeker als je gewend bent aan de Ribbon-interface kan OpenOffice.org als een stap terug aanvoelen. Hier is simpelweg geen oplossing voor, behalve dan Office 2007 installeren in Wine of het hele zooitje virtualiseren in iets als VMware Player of VirtualBox.

Dat was het alweer. Verder mis ik niet zo heel veel. Windows Aero ziet er misschien mooi uit, maar de standaard-Ubuntu-thema’s vind ik mooi genoeg. Verder mis ik het Windows 7-dock niet heel erg, op de jumplists na, maar dat zijn functies waar ik wel zonder kan leven. Zeker als je ziet wat je ervoor terugkrijgt – keuze, efficiëntie, stabiliteit en veiligheid.

Ja, zeker ook veiligheid (en nee dan heb ik het niet over de bijna 0 stukken malware). En hier is waarom: Automatische updates. Automatische updates voor een heleboel van de geïnstalleerde applicaties. Natuurlijk moet je ze wel aanzetten, maar heb je dat eenmaal gedaan, dan wordt alles tot aan de kleinste plug-in bijgewerkt. Zelfs Flash en Adobe Reader.

Daarnaast brengt dit systeem nog een voordeel met zich mee: je kunt gebruikers leren om alleen software te installeren uit het Ubuntu Software Center. Bijna alle software hieruit is legitiem en het is sowieso veiliger dan software installeren vanuit een willekeurige website. Hetzelfde geldt voor PPA’s (software van derden die in kunnen haken op het Ubuntu Software Center): het wordt in de gaten gehouden en foute software kan een halt toegeroepen worden.

Dan heb je natuurlijk nog het probleem van bijlages en screensavers, maar ook daar weer: als je bij een bijlage of screensaver je wachtwoord in moet voeren, moeten toch wel alle alarmsirenes afgaan. Alleen daarom al denk ik dat Ubuntu veiliger is dan Windows of OS X.

Ten slotte heeft Ubuntu de applicaties die de meeste gebruikers vereisen. Een degelijke foto-applicatie, een topchatapplicatie, een mailclient, een volledige Office-suite, een mediaspeler, een open webbrowser en nog veel meer. Alles kan goed concurreren met Windows 7.