5min

Tags in dit artikel

, , , , , ,

Het Nederlandse electoraat heeft gekozen: de PVV is verreweg de grootste partij met 37 zetels in de Tweede Kamer. Uiteindelijk zal er geformeerd moeten worden, met de partij van Geert Wilders aan zet. Wat mogen we verwachten van een volgend kabinet? Ambitieuze digitale plannen heeft de PVV niet, maar wat zouden de coalitiepartners op dit gebied wel klaar kunnen spelen?

De meest voor de hand liggende coalitie zou een groot deel van de rechterflank van de Tweede Kamer samenbrengen. PVV, VVD en NSC zouden samen al uitkomen op een meerderheid, maar de BBB zou zeker gezien de verhoudingen in de Eerste Kamer een belangrijke coalitiepartner kunnen zijn.

We tasten wat de PVV betreft in het duister als het om digitalisering gaat. Men was onlangs de grote afwezige bij het Nationale Debat over Digitalisering, terwijl zes andere partijen wel anderhalf uur lang hun gedachtes uitwisselden. Volgens NLdigital is het de minst digitale partij van Nederland, dus we zitten met veel vraagtekens over dit thema.

Migratie: meer barrières voor internationaal talent

Migratie heeft een sleutelrol gespeeld tijdens deze verkiezingscampagne. De PVV wil niet alleen een asielstop, maar ook een forse inperking van “de instroom van zowel arbeids- als studiemigranten.” We hebben al bij de bespreking van het PVV-partijprogramma aangegeven dat dit voor een bedrijf als ASML voor problemen kan zorgen. Men kan namelijk maar moeilijk de benodigde expertise vinden binnen Nederland. De inperking van studiemigratie zou eveneens een stremmend effect hebben, bijvoorbeeld bij samenwerkingen tussen techbedrijven en de TUe. Potentiële coalitiepartner NSC wil dat Nederlands weer de voertaal wordt van universiteiten en hogescholen, iets dat ook internationale studenten kan weren uit Nederland. Er valt niet te ontkennen dat deze studenten niet allemaal in dit land blijven nadat ze geslaagd zijn, maar het wegvallen van deze voedingsbodem voor internationaal talent zou voor kopzorgen bij Nederlandse techbedrijven zorgen.

Zorg: ruimte voor innovatie?

De verbetering van de zorg is ook volgens de PVV een prioriteit. Echter is er niks expliciets te vinden over de rol die innovatie en digitalisering daarbij kunnen spelen. Wat dat betreft hebben andere rechtse partijen daar meer over te melden. De VVD mikt op een “groter aanbod van digitale ggz-zorg” en wil burgers beter digitaal onderlegd maken zodat men hiervan gebruik maakt. Hetzelfde geldt voor BBB. Op dit gebied is er ook bredere steun buiten deze eventuele coalitie te vinden. D66 hamert namelijk eveneens op de cruciale rol van digitale innovatie voor de zorg.

Ook is er een risico dat de integratie van de zorg binnen een breder digitaal overheidsplan niet plaatsvindt. Concreet zou de VVD bijvoorbeeld willen dat zorginstellingen makkelijker data kunnen delen met derden, waaronder veiligheidsdiensten. Dit zou ervoor moeten zorgen dat misdadigers zowel straf als zorg krijgen, stelt de partij van Dilan Yesilgöz. Het is maar de vraag of dergelijke ambities de coalitie-overleggen overleven.

Veiligheid: aandacht voor cybercrime ontbreekt, maar er is hoop

De PVV heeft veel te zeggen over veiligheid, met specifieke aandacht voor de aanpak van straatcriminelen. Echter lijkt het de partij van Wilders enkel om deze fysieke misdaad te gaan, er is alleen plaats voor een “digitale schandpaal” binnen de PVV-plannen. Dat is in schril contrast met wat de VVD, NSC en BBB hopen te bewerkstelligen. Alledrie de partijen pleiten voor meer online bevoegdheden voor politie- en inlichtingendiensten. De BBB wil expliciet dat er gebruik wordt gemaakt van AI binnen de Nederlandse krijgsmacht, dat ruimte voor innovatie binnen de veiligheidsdiensten laat zien. Wel stipt NSC aan dat “massasurveillance” ongewenst is, zoals men dat constateert in de plannen voor client-side scanning.

Hoewel de PVV dus geen expliciete steun voor de aanpak van cybercrime uitspreekt, vallen de plannen van de andere besproken partijen hier wel goed mee te verenigen. Immers is goed te beargumenteren dat de fysieke veiligheid hand in hand gaat met de digitale slagkracht van veiligheidsdiensten. Om die reden is het goed denkbaar dat er op dit gebied progressie te maken valt. Of er dan wel ruimte is voor grootschalige herzieningen van cybersecurity en de aanpak van digitale spionage, is onzeker.

We hebben alle politieke partijen deze week langs de cybersecurity-meetlat gelegd, waarbij een panel van experts hun oordeel velde over de gepresenteerde plannen. Het laat zien hoeveel vraagstukken bestaan op dit vlak; de tijd dringt om ze aan te pakken.

Lees verder: Politieke partijen langs de cybersecurity-meetlat: van vage ideeën tot concrete plannen

Onderwijs: geen “vernieuwingsdrang”, maar wat dan wel?

De term “digitale geletterdheid” komt over het gehele politieke spectrum voor, behalve bij de PVV. Innovatie van onderwijs en de inzet van digitale middelen krijgen bij die partij dan ook geen aandacht. Men is uiterst negatief over “de vernieuwingsdrang in het onderwijs”, waarbij er enkel gesteld wordt dat rekenen en taal meer aandacht verdienen in het basisonderwijs.

Gezien deze opstelling is het goed voor te stellen dat onderwijs over digitalisering ondersneeuwt bij de coalitie-onderhandelingen. Echter krijgt de ontwikkeling van digitale vaardigheden veel aandacht van de VVD en heeft ook de BBB oog voor de digitale toegankelijkheid van onderwijs. Het thema is nauw verbonden met “digitale weerbaarheid”, dat wellicht eerder voor zou komen in een coalitie-akkoord. Dit omdat NSC erop hamert dat burgers beter beschermd zijn tegen schadelijke praktijken online.

Onbesproken thema’s leveren veel onduidelijkheid op

Veel blijft onbesproken in het PVV-programma, terwijl ook andere politieke partijen erg vaag blijven in hun partijprogramma’s. Het zorgt ervoor dat de rol van digitalisering maar lastig te plaatsen is bij de naderende formatie. We weten simpelweg niet hoe en of digitale middelen nuttig gemaakt worden bij de aanpak van maatschappelijke problemen en zien vooral dat er kansen op innovatie gemist kunnen worden. Juist bij belangrijke vraagstukken als de nationale veiligheid, de druk op de zorg en de verniewuing van het onderwijs is er een rol weggelegd voor digitale middelen, als hulpmiddel, als lesstof en als kadering. Wat mogen veiligheidsdiensten wel en niet online? Hoe wordt er omgegaan met de bescherming van data? Welke zaken vallen online te regelen voor burgers? Dit alles schreeuwt om aandacht, maar het is onzeker of digitalisering die aandacht krijgt. Het zal aan andere partijen dan de PVV zijn om dit aan te kaarten.