De Nederlandse overheid zal uiterlijk begin 2022 beginnen met het veilen van de 3,5GHz-frequenties. Die maken het mogelijk om 5G-netwerken op te zetten in het land. Mochten providers voor die tijd beginnen met de uitrol van 5G, dan moeten ze het doen zonder die frequentieband, al is die wel erg belangrijk voor de nieuwe communicatiestandaard.

Dat schrijft staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Er komen eind 2021, of uiterlijk begin 2022, bepaalde frequentiebanden beschikbaar die nodig zijn voor 5G. Deze beslissing maakt het wel noodzakelijk om een afluisterstation van de AIVD en de MIVD te verplaatsen.

De veiling

Er zullen flink wat frequenties geveild worden de komende jaren. Per september 2022 kunnen providers gebruik maken van de 3500 tot 3700MHz-frequentie. Vier jaar later, in 2026, is ook de ruimte tussen 3400 en 3500MHz beschikbaar. De laatst overgebleven MHz, tussen 3700 en 3800, zullen voor andere doelen beschikbaar blijven.

De veiling van deze frequenties zal eind 2021 of begin 2022 plaatsvinden. Vanaf dat moment kunnen providers dus bieden op de rechten om op die frequenties uit te zenden. Met behulp daarvan kunnen ze hun 5G-netwerken opzetten en uitrollen. De 3,5GHz-band biedt namelijk de nodige bandbreedte en snelheid.

Overigens organiseert de overheid de komende anderhalf jaar nog een andere frequentieveiling voor 5G. Providers kunnen straks bieden op de 700MHz-band, waarmee ze hun netwerken in eerste instantie kunnen opzetten. Deze frequentie is echter niet de meest geschikte voor 5G-netwerken, want de hoge snelheden die behaald moeten worden zijn hierin niet binnen bereik.

Voor de uitrol van 5G-netwerken is het ook van groot belang dat het afluisterstation van de AIVD en de MIVD in Burum verplaatst wordt. Daarmee luistert men bepaalde frequenties af, maar daarvoor mag er geen verstoring zijn. De Nederlandse regering zal daarvoor een gezant aanstellen, die op zoek gaat naar een ander bevriend land waar het station geplaatst kan worden.