Abonneer je gratis op Techzine!

Het Gerecht van eerste aanleg, een rechtbank van de Europese Unie, heeft vandaag bepaald dat de Europese Commissie juist heeft gehandeld in het opleggen van boetes aan softwaregigant Microsoft. De uitspraak is een opsteker voor Eurocommissaris Neelie Kroes, die sinds haar aantreden een felle strijd voert tegen bedrijven die volgens de commissie hun leidende marktpositie misbruiken.

Lange geschiedenis

De zaak tussen Microsoft en de Europese Unie kent een lange geschiedenis. In 1998 kwam de zaak aan het rollen nadat het bedrijf Sun Microsystems een klacht indiende bij de Europese Commissie (EC). Volgens Sun wilde Microsoft geen gehoor geven aan het verzoek om informatie over het Windows besturingssysteem met Sun te delen, zodat Sun haar software kon laten werken onder Windows. De EC deed vervolgens onderzoek en na feedback van andere bedrijven verbreedde de EC de scope van haar onderzoek en werd ook de koppeling tussen Windows en Windows Media Player onderzocht.

In augustus 2000 stuurde de EC een brief aan Microsoft waarin het liet weten dat het geconstateerd had dat Microsoft geen informatie over haar Windows Server besturingssysteem wilde delen met concurrenten, terwijl deze dat wel nodig hadden om applicaties te kunnen ontwikkelen voor dat systeem en de uitwisselbaarheid met andere systemen te verbeteren. Een jaar later stuurde de EC een tweede brief waarin de situatie nog eens benadrukt werd en ook specifiek de koppeling tussen Windows Media Player en Windows werd aangehaald. Nog eens twee jaar later had de EC naar eigen zeggen meer bewijsmateriaal verzameld en stuurde het een derde brief, waarin Microsoft nog eens herinnerd werd aan de eerste twee brieven.

In de tussentijd had Microsoft in Amerika al een soortgelijke zaak weten te schikken en begin 2003 probeerde het bedrijf ook met de EC te schikken, wat niet lukte. In november 2003 werd er op verzoek van Microsoft naar aanleiding van de derde brief een hoorzitting gehouden, waarin beide partijen hun standpunten verdedigden. Op 24 maart 2004 deed de EC na uitvoering onderzoek een uitspraak, waarin het van Microsoft een versie van Windows XP zonder Media Player eiste en het bedrijf tevens een een boete oplegde van 497 miljoen euro. Ook moest Microsoft informatie over haar besturingssysteem voor servers delen met haar concurrenten. Microsoft ging echter in beroep tegen deze uitspraak en vandaag deed de rechtbank dus uitspraak in deze zaak.

In de tussentijd

In de tussentijd kwam het gevecht tussen Microsoft en de EC echter niet tot bedaren, mede vanwege het feit dat de EC van mening was dat Microsoft niet genoeg deed om te voldoen aan de uitspraak van 2004. Microsoft betaalde de boete van 497 miljoen dollar overigens al snel na de uitspraak in afwachting van het hoger beroep. Ook bracht het bedrijf een versie van Windows XP zonder Media Player op de markt. Microsoft noemde deze versie in eerste instantie ‘Windows XP Reduced Media Edition’, maar omdat de EC vond dat deze naam potentiële kopers zou afschrikken, wijzigde Microsoft de naam in Windows XP Edition N. Een jaar later bleek echter dat er vanuit de markt totaal geen vraag was naar deze versie, niet bij computerbouwers en ook niet bij consumenten.

Microsoft bleef echter van mening dat de EC geen enkel bedrijf een plezier had gedaan met de uitspraak, alhoewel het naar eigen zeggen desondanks de eisen van de EC naleefde. Eurocommissaris Neelie Kroes was het daar echter niet mee eens en zinspeelde in februari 2005 op extra boetes. Concurrenten van Microsoft waren het met Kroes eens en een groep van grote bedrijven, waaronder Nokia, Oracle, IBM, Red Hat en RealNetworks, bood de EC hulp aan om te controleren of Microsoft de eisen van de EC ook daadwerkelijk naleefde.

In april 2005 liet de EC aan Microsoft weten dat het meer boetes kon verwachten als het niet snel aan de eisen van de uitspraak in 2004 zou voldoen. Het gaf Microsoft daarom de tijd tot 1 juli 2005 om met een voorstel te komen om beter aan de eisen tegemoet te komen en dat plan werd door Microsoft ingediend, waardoor de boetes uitgesteld werden. De plannen van Microsoft werden in eerste instantie goed ontvangen door de EC, maar uiteindelijk bleek het allemaal toch niet goed genoeg, waarna de EC in december 2005 opnieuw met een dwangsom dreigde. Nadat de EC het opleggen van de dwangsom had uitgesteld, gaf Microsoft in januari 2006 een deel van de broncode en documentatie van haar besturingssysteem voor servers vrij. Al snel lekte echter uit dat ook deze poging niet voldoende was voor de EC.

Beide partijen bleven daarom steggelen over de vraag of Microsoft wel of niet aan de eisen voldeed, maar in juli 2006 was de maat vol voor de EC. Ook Neelie Kroes liet weten dat ze een nieuwe boete voor Microsoft onontkoombaar vond. En zo geschiedde, want in juli 2006 kwam er een nieuwe boete voor Microsoft, ditmaal met een hoogte van 280,5 miljoen euro.

Inmiddels was Microsoft al volop bezig met Windows Vista en ook daar moest het bedrijf alles in het werk stellen om te zorgen dat het niet tegen dezelfde problemen met de EC zou oplopen. Het bedrijf gaf daarnaast ook een deel van de broncode van Vista vrij, zodat concurrenten eenvoudiger beveiligingssoftware voor Vista konden ontwikkelen.

Eind 2006 was de EC nog altijd niet tevreden met de vorderingen van Microsoft om aan de eisen te voldoen en dus stelde Neelie Kroes de softwaregigant opnieuw een ultimatum. In maart 2007 liet de EC weten dat de de informatie die Microsoft had vrijgegeven wel voldoende zou zijn, maar dat Microsoft teveel geld zou vragen voor de informatie. Het bedrijf beweerde dat veel van de informatie beschermd was door patenten en dat het daarom terecht geld zou vragen voor de informatie. Het conflict hierover is nog steeds niet afgerond.

Het hoger beroep

In deze tussentijd moesten beide partijen ook nog regelmatig voor de Europese rechter verschijnen om hun standpunten rond de zaak toe te lichten. Vandaag was dan eindelijk de dag dat Het Gerecht van eerste aanleg haar uitspraak in dit hoger beroep heeft gedaan. De rechter gaf de EC op vrijwel alle punten gelijk en acht de boete van 497 miljoen euro terecht.

Toch is de rechter niet helemaal tevreden met de acties van de EC. Zo is de rechtbank van mening dat de EC te ver is gegaan bij het inzetten van externe partijen bij het monitoren van de acties van Microsoft. De EC had namelijk van Microsoft geëist dat het de externe partijen ten alle tijde toegang zou verstrekken tot gebouwen, documenten en werknemers zonder tussenkomst van de Commissie. Ook was de EC van mening dat Microsoft voor alle kosten van deze monitoring op moest draaien. De rechter is het hier echter niet mee eens en heeft Microsoft opgedragen om een beter voorstel te doen voor de monitoring.

De reacties

Microsoft liet tijdens een persconferentie weten dat het blij is met dit punt, maar wilde geen uitspraken doen over vervolgacties. Microsoft kan namelijk nog in hoger beroep gaan tegen de uitspraak door de zaak aanhangig te maken bij het Europese Hof van Justitie. De softwaregigant liet bij monde van advocaat Brad Smith weten dat het de uitspraak grondig gaat bestuderen. Wel sprak het bedrijf haar waardering uit voor het feit dat de rechtbank niet over één nacht eis is gegaan en haar uitspraak uitgebreid heeft onderbouwd en geformuleerd. Ook liet het bedrijf nog steeds alles in het werk te stellen om aan de eisen van de EC te voldoen en de uitspraak geen gevolgen zal hebben voor de activiteiten van Microsoft in Europa.

De EC liet in een persbericht weten erg blij te zijn met de uitspraken, omdat het volgens de Commissie aantoont dat het in 2004 de juiste beslissing heeft genomen. "De uitspraak bevestigd de beslissing van de EC om consumenten meer keuze te geven in de softwaremarkt. De uitspraak schept een belangrijk precedent om bedrijven die hun dominante marktpositie misbruiken aan te kunnen pakken. Microsoft zal nu volledig mee moeten werken aan de eisen van de Commissie en de Commissie zal ervoor zorgen dat dit gaat gebeuren", aldus Eurocommissaris Kroes.

De Commissie zal de uitspraak net als Microsoft gaan bestuderen en later bepalen of het haar strategie voor de bestrijding oneerlijke concurrentie zal aanpassen.

Conclusie

Een voorlopige conclusie, want Microsoft kan zoals gezegd nog in hoger beroep. De toekomst zal moeten uitwijzen welke gevolgen deze uitspraak voor de software-industrie zal hebben, maar ook voor andere industrieën. De EC erkent dat de zaak van Microsoft een geval apart is, maar de uitspraak zal ongetwijfeld andere bedrijven in andere sectoren aanzetten om gelijksoortige zaken te beginnen. Volgens sommige experts zijn bedrijfsgeheimen door deze uitspraken niet meer veilig. Zodra een bedrijf andere bedrijven op achterstand weet te zetten met een bepaalde technologie, biedt deze uitspraak volgens hen de concurrenten een mogelijkheid deze technologie openbaar te maken.

De vraag is of bedrijven hierdoor een afwachtende houding gaan innemen, of dat er juist meer concurrentie komt, zoals de EC voor ogen heeft. De tijd zal het zoals gezegd leren, maar het laatste woord is er zeker nog niet over gesproken.

Gerelateerde externe artikelen